Al je gebeden worden gehoord

In Johannes 14:12-14 lezen we: “en al wat gij vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen”. Waarom worden dan zoveel van mijn gebeden niet verhoord?

Bij de wel of niet verhoorde gebeden worden altijd twee criteria genoemd. Het gaat hier om gebeden die ‘in Zijn Naam’ gebeden worden en om gebeden die ‘naar Zijn wil’ zijn.

De eerste uitdrukking houdt in dat het hier om een gebed gaat waarvan we weten dat het een gebed van de Here Jezus zelf is. Daarom staat er hier ook achter: ‘opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden’. Het gaat om een gebed dat de Here Jezus zelf in ons hart gelegd heeft. Het is eigenlijk een gebed van Jezus wat we ‘in zijn naam’ uit mogen spreken. Het gebed van de Here Jezus wordt immers altijd verhoord (Johannes 11:42)!

De tweede uitdrukking heeft veel meer te maken met het kennen van ‘Zijn wil’. Het gaat om het gesprek tussen een kind en zijn vader. Als kind heb je op een gegeven moment wel door wat je succesvol aan je vader kunt vragen en wat je beter niet kunt vragen. Door het steeds beter leren kennen van je vader weet je wat je aan hem kunt vragen. Zo is het ook met ons contact met onze hemels Vader. Wanneer we Hem echt leren kennen, leren we ook te bidden en ontdekken we wat we aan Hem met vrijmoedigheid kunnen vragen en wat niet.

Wanneer we Hem echt leren kennen, leren we ook te bidden en ontdekken we wat we aan Hem met vrijmoedigheid kunnen vragen en wat niet.

Het gaat hier om een leerschool waarin we steeds meer gaan ontdekken wat de wil van God is. God verhoort onze gebeden vaak op één van de drie volgende manieren:

  1. Wat je gevraagd hebt is naar Mijn wil en Ik verhoor het dan ook direct.
  2. Wat je gevraagd hebt ligt in Mijn plan, maar nu is het nog niet Mijn tijd; je moet nog even wachten.
  3. Wat je gevraagd hebt is niet naar Mijn wil. Ik heb een ander plan en verhoor je gebed niet.

Gods antwoord op onze gebeden kan dus zijn: ‘ja’, ‘nog niet’ en ‘nee’. Er komt een tijd dat we de Here dankbaar zullen zijn voor de vele gebeden van ons die Hij niet verhoord heeft, omdat we gaan begrijpen dat Hij een ander plan met ons had.

We lezen over Paulus dat hij drie keer aan God gevraagd had ‘een doorn in zijn vlees’ weg te nemen. De Here liet hem echter weten zijn gebed niet te verhoren, omdat Hij er een bedoeling mee had (2 Korintiërs 12:8-9). Ook lezen we dat Paulus Trofimus, een metgezel van Paulus (Handelingen 20:4 en 21:29), in Milete ziek achtergelaten heeft (2 Timoteüs 4:20). Natuurlijk zal Paulus voor Trofimus gebeden hebben, maar toch werd hij niet beter. Zelfs Timoteüs kreeg van Paulus de raad om wat wijn te drinken voor zijn maagklachten.

De verhoring van het gebed van Paulus was niet afhankelijk van zijn kracht en zijn geloof, maar van Gods wil en Zijn plan dat Hij uit wilde voeren. En dat geldt voor ons net zo.