De geest van de lof

“Looft de HEERE, mijn ziel, en al wat in mij is, Zijn heilige Naam.” (Psalm 103:1)

Word wakker, mijn geheugen, en zoek reden om te loven. Vertel wat God vroeger aan mij gedaan heeft. En jij, mijn gedachte, breng mij terug naar mijn kinderjaren en herinner je Gods barmhartigheden toen ik nog in de wieg lag. Keer terug naar mijn jeugd en Gods gunstbewijzen daarin. Loof de lankmoedige genade die mij overal volgde op mijn paden en mijn weerspannigheid verdroeg. Verplaats mijn oog weer naar dat gelukkige moment toen ik voor het eerst de Heere leerde kennen en vertel mij nog eens zijn onvergetelijke genade.

Word wakker, o mijn oordeel, en geef grootte aan het loflied. En jij, mijn verstand, als je kunt, weeg Zijn barmhartigheden in de weegschaal. Probeer of je Zijn genadegaven kunt optellen. Probeer of je zijn onnaspeurlijke rijkdom kunt schatten van het eeuwig verbond dat Hij ten behoeve van jou maakte en dat vast en zeker is. Loof die goddelijke wijsheid die het plan van jouw verlossing bedacht, de liefde die het ontwierp, en de genade die het uitvoerde.

“Looft de HEERE, mijn ziel!” Prijst niet de hele schepping Hem rondom mij? Als ik zou zwijgen, zou ik een uitzondering zijn op het heelal. Prijst de donder Hem niet, die daar rolt als zoveel trommels van de God van de legermachten? Prijzen de bergen Hem niet, als de bomen op hun toppen in aanbidding heen en weer golven? Schrijft de bliksem niet Zijn naam in vurige letters tijdens de duisternis midden in de nacht? Heeft niet de hele aarde een stem en zal ik dan, kan ik dan, zwijgen? “Looft de HEERE, mijn ziel!”

Bovenstaande tekst is aangepast naar hedendaags Nederlands en geciteerd uit het boekje ‘Korenaren 
tussen de schoven opgelezen’ van C.H. Spurgeon, Uitgeverij “De Banier”, Utrecht 1988.