De kunst van het loslaten (I)

“Och, dat U de hemel zou openscheuren, dat U zou neerdalen,
dat de bergen voor Uw aangezicht zouden wegsmelten,
zoals vuur kreupelhout aansteekt,
en vuur het water laat opborrelen,
om Uw Naam aan Uw tegenstanders bekend te maken!
Laat zo de heidenvolken voor Uw aangezicht sidderen.
Toen U ontzagwekkende dingen deed, die wij niet verwachtten, daalde U neer;
voor Uw aangezicht smolten de bergen weg.
Ja, van oude tijden af heeft men het niet gehoord, men heeft het niet ter ore genomen
en geen oog heeft het gezien, behalve U, o God, wat Hij doen zal voor wie op Hem wacht.
U ontmoet wie zich in U verblijdt, wie gerechtigheid doet, wie op Uw wegen aan U blijven denken.”

Jesaja 64:1-5 (HSV)

De meeste dingen die we in het leven hebben te leren, krijgen we vroeg of laat wel onder de knie. Wanneer we klein zijn willen we niets liever dan ‘het zelf doen’. Van jongs af aan leren we zelf te eten, op tijd naar de wc te gaan, te fietsen, te lezen, rekenen en schrijven, ons huiswerk te maken en wat we beter wel en niet kunnen doen om niet in de problemen te raken. Gaandeweg leren we ook belangrijke keuzes te maken: welke vervolgopleiding wil ik starten? Welk beroep kies ik? Met wie wil ik samen het leven door? Welk huis past het beste bij mij? Hoeveel kinderen zou ik graag willen krijgen? Hoe besteed ik mijn tijd, geld en energie zo goed mogelijk? en ga zo nog maar even door.

Het is opmerkelijk dat er een kunst in het leven is die we steeds minder lijken te kunnen: de kunst van het loslaten. Het lijkt wel alsof we dat, naarmate we meer levenskunst op andere terreinen hebben gekregen, steeds moeilijker gaan vinden.

Kinderen laten heel gemakkelijk los. Het ene kind is wel wat bezorgder of onzekerder of gevoeliger dan het andere kind, maar onbezorgd en vrij leven gaat kinderen gemakkelijker af dan ons  grote mensen. ‘Hoe komt dat?’ kun je je afvragen. Kinderen weten niet veel en leven ongecompliceerd. Grote mensen weten veel meer en hebben het daarom veel ingewikkelder! Hoe meer we leren en ontdekken, hoe moeilijker het wordt om dingen los te laten. 

We zijn iets kwijtgeraakt om er iets anders voor in plaats te krijgen (of te ontwikkelen): we hebben in het leven geleerd om ons zorgen te maken. Zorgen zijn gedachten en gevoelens die we ervaren als we zien dat er dingen aankomen die we niet willen of dingen missen die we wel graag zouden hebben. Met andere woorden, en nu kom ik bij het thema van dit artikel, alles waar we geen directe grip op hebben kan ons zorgen geven. Juist dat waar we geen grip op hebben moeten we leren om los te laten.

Terwijl ik dit schrijf, valt het mij ineens op dat er staat los ‘laten’. Maar je kunt pas iets loslaten wanneer je het eerst in handen gehad hebt. De belangrijkste dingen in ons leven, daarmee bedoel ik de dingen die we het hardst nodig hebben om te kunnen leven, hebben wij helemaal niet in handen.

De zon gaat elke ochtend op, verlicht onze wereld en geeft precies die warmte en dat licht wat elk levend wezen nodig heeft om in leven te kunnen blijven. De zon verwarmt de aarde, zodat vocht verdampt en opstijgt, om vervolgens weer als leven gevende regen terug op de aarde te vallen. De seizoenen vormen en hervormen de aarde ieder jaar weer: regen, wind, sneeuw, hagel – alles draagt bij aan een leefbaar klimaat.

Hoeveel invloed hebben wij op deze dingen? Wat doen wij om de seizoenen te laten wisselen, graan te laten groeien, dieren geboren te laten worden? Wat moeten wij presteren om onze haren te laten groeien, onze wonden te laten genezen, onze organen te laten functioneren, onze zuurstof op te nemen? En dan zwijgen we nog over het onmetelijke heelal, waar miljarden en miljarden sterren en planeten in een eigen baan rondzweven. Er hangt hier helemaal niets van ons af! Deze werkelijkheid zijn we ons niet altijd zo bewust.

Het leven dwingt ons om los te laten, en dat is soms een harde leerschool. Alles is te leren. Over het ene doe je kort, het andere duurt wat langer. Maar de kunst van het loslaten is een leerschool waar we ons hele leven voor ingeschreven staan, en waar we onze handen vol aan hebben. Bijvoorbeeld het zien afdwalen van een goede vriend of vriendin. Het machteloos staan wanneer je vader ernstig ziek wordt. Hetgeen inbreng hebben in de keuze van je ouders om te scheiden. Het loslaten wanneer je vore of zus voor een ongelovige partner kiest. En dan zijn daar nog de geliefden die sterven. Ons eigen lichaam dat het opgeeft.  De vriendschappen die heel anders eindigen dan wij hadden gehoopt. De baan die achteraf niet zo zeker was als hij leek. De kerk waar gelovige mensen toch ook maar gewone mensen zijn, die het geloven soms moeilijker dan leuker maken.                                                        

Wij maken ons zorgen omdat we eerst dachten alles in handen te hebben, om er vervolgens in ons leven steeds meer achter te komen dat we niets in handen hebben. Het leven lijkt wel ontworpen te zijn om ons jaar na jaar steeds duidelijker te maken dat we niets, maar dan ook helemaal niets zelf in de hand hebben. Als ik nu nog eens schrijf: “Je kunt pas iets loslaten nadat je het eerst in handen hebt gehad”, klopt die zin dus niet. Er moet eigenlijk staan: “Je kunt pas iets loslaten nadat je hebt gemerkt dat je het helemaal niet in handen hebt gehad!”