De ontmaskering van Gehazi

Gehazi kennen we als de knecht van de profeet Elisa. Hij was getuige van Gods grote daden. Hij zou misschien wel de opvolger van Elisa worden. Het bleek alleen dat geld en bezit voor hem belangrijker waren dan God. Een ernstige waarschuwing voor ons.

Gehazi komen we tegen in 2 Koningen, voor het eerst in hoofdstuk 4. Hij was getuige van het weer levend worden van de zoon van de vrouw uit Sunem. Gehazi had nog geprobeerd de jongen te laten herleven, maar dat “lukte” niet. Hij zal dubbele gevoelens hebben gehad. De mislukking van hemzelf en het grote wonder dat God door Elisa deed.

We komen hem weer tegen in hoofdstuk 5, bij de genezing van Naäman. Na zijn genezing kwam Naäman terug bij Elisa om hem cadeaus aan te bieden. Maar Elisa weigerde: “Zo waar de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik wil het niet aannemen” (vers 16). Heel anders was dat bij Gehazi. Hij hoorde de afwijzing van Elisa, maar in zijn hart brandde de hebzucht. Nu had hij de kans om in één keer schatrijk te worden.

Liegen
Het klonk bijna vroom wat hij in zijn hart bedacht. Vers 20 zegt: “Maar zo waar de HEERE leeft, ik zal hem achterna rennen en wel iets van hem aannemen.” En daar ging hij. Als Elisa hem een opdracht gaf, lezen we dat hij liep. Maar nu rende hij. Hij liep harder voor geld dan voor God. Dat zegt veel over waar zijn hart op was gericht.

Hij liep harder voor geld dan voor God.

Hij haalde Naäman in en deed alsof hij een boodschap van Elisa doorgaf: “Zie, er zijn nu uit het bergland van Efraïm twee jongemannen van de leerling-profeten bij mij gekomen. Geef hun toch een talent zilver en twee stel gewaden” (vers 22). Naäman gaf hem zelfs twee talenten zilver (ongeveer 65 kilo) en twee gewaden. Elisa mocht er natuurlijk niets van weten, dus verborg Gehazi deze schatten in zijn huis.

Zonde belijden
Gehazi moet toch beseft hebben dat God alles weet en dat Elisa op de hoogte zou zijn van wat hij had gedaan. Kennelijk had hij zijn geweten het zwijgen opgelegd en waagde hij het zelfs om weer naar Elisa terug te gaan. Toen bleek inderdaad dat Elisa alles wist. God had het hem laten zien.

Gehazi had zijn zonden nog kunnen belijden toen Elisa vroeg waar hij was geweest. Maar hij bleef liegen. “Was het tijd om dat zilver aan te nemen en gewaden aan te nemen, om olijfbomen en wijngaarden, schapen en runderen, dienaren en dienaressen te kunnen kopen?” (vers 26).

Gehazi’s gedachten werden ontmaskerd. Het kwam hierop neer: “Gehazi, wij staan in de dienst van de Heere. Dat is onze roeping en niet om een bedrijf op te bouwen.”

De straf die Gehazi kreeg, was zwaar. Hij werd melaats, zoals Naäman eerst was. “Daarom zal de melaatsheid van Naäman zich voor eeuwig aan jou en jouw nageslacht hechten. Toen ging hij bij hem weg, melaats, wit als de sneeuw” (vers 27). Hoe is het verder gegaan met Gehazi? Dat blijft onbekend.

Breek ermee
Dit is een ernstige geschiedenis. Hoe staat het ervoor in ons leven? Laten we onszelf onderzoeken. Wat leeft er in ons hart, waar zitten wij aan vast? Geld, bezittingen, porno… Breek ermee, in Gods kracht en met hulp van medebroeders en -zusters. Ga ermee naar de Heere Jezus.

Wat leeft er in ons hart, waar zitten wij aan vast?

“Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonde te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” 1 Johannes 1:9 (HSV).