De onzichtbare hand

“Toen zei de HEER tegen satan: ‘Goed, met alles wat van hem is mag je doen wat je wilt, maar raak Job zelf niet aan.’ Hierop vertrok satan,” Job 1:12 (NBV).

From the moment of my birth till the instant of my death,
there are patterns l must follow just as l must breathe each breath.
Like a rat in a maze, the path before me lies,
and the pattern never alters until the rat dies.

(uit een nummer van Paul Simon, Patterns)

Wij weten wat Job nu ook weet, maar toen nog niet wist: er bevindt zich een werkelijkheid achter datgene wat wij als werkelijkheid ervaren. De fatalisten omschrijven dit met allerlei beelden. Zoals dat van een soort kosmisch schaakbord, waar wij mensen als willoze en machteloze pionnen door een onzichtbare hand op worden verplaatst. Of, zoals in het geciteerde lied in de aanhef, als ratten gevangen in een levenspatroon, een tredmolen die pas tot stilstand komt wanneer we de laatste adem uitblazen.

Job lijdt onder de gevolgen van wat lijkt op een akkoordje dat in de hemel gesloten wordt: satan krijgt vrij spel om te bewijzen dat de vroomheid van Job zal verdwijnen als hij zijn register van verderf opentrekt. God weet wat Hij doet en satan zal voortaan een minder hoge toon moeten aanslaan. Maar ondertussen zit Job met de gebakken peren. Is hij zo toch die pion in dat kosmische schaakspelletje tussen goed en kwaad?

Ja. Hij is het ongewilde slachtoffer van een afspraak tussen supermachten. Maar Job is geen pion. Job is kostbaar, geschapen naar het beeld van God. Begiftigd met een vrije wil en het vermogen om een relatie met zijn Schepper aan te gaan. Die relatie met zijn Schepper lijdt er niet onder. Maar Job krijgt in zekere zin wel de rekening gepresenteerd van een gebroken schepping.

De metaforen van rat en pion worden vooral verwoord door mensen die God niet kennen. Maar dat maakt ze nog niet tot dwazen. Er zit voldoende heimwee naar God in hun genen om ze tot zoekers te maken. Het is echter de conclusie van hun zoektocht waar ze de mist in gaan. Wat zou Job tegen hen zeggen? Dit misschien?

De Heer regeert! Zijn koninkrijk staat vast,
Zijn heerschappij omvat de loop der tijden.
Een sterke hand die nooit heeft misgetast,
blijft met het heilig zwaard des Geestes strijden.
En de adem van Zijn lippen overmant de tegenstand.

(Liedboek van de Kerken, Gezang 304:2)