De vlucht van Jona

Jona luistert niet naar Gods opdracht om naar Ninevé te gaan en tegen haar te prediken over haar slechtheid en zonden. Jona, de profeet tot wie God sprak, is ongehoorzaam. Hij kende de weg die hij moest gaan, maar hij “ging weg van het aangezicht van de HEERE” Jona 1:3 (HSV).

De opdracht van de Heere aan Jona was een heftige. Je zult maar naar de grootste vijanden van je land worden gestuurd. Wie weet wat de mensen van Ninevé hem aan zouden doen. Zijn leven stond op het spel, evenals zijn reputatie.

Maar de zegen van de Heere rustte niet op zijn vlucht. Jona had naar het oosten moeten gaan, naar Ninevé in Assyrië, maar hij ging aan boord van een schip dat naar het westen ging, naar Tarsis, in Spanje. Hij vluchtte bij God vandaan.

Jona, die bekend gestaan zal hebben als een profeet van God, toont naar buiten toe zijn vrome gezicht, terwijl hij van binnen strijd voert met God. Dat kan ook bij ons zo zijn. We gaan naar de samenkomsten en zingen de liederen, terwijl we innerlijk bij God vandaan vluchten.

Tweede kans
Misschien weet je dat God je ergens voor roept, maar vlucht je er voor weg. God laat je niet zomaar los. Dat zien we bij Jona ook. Door Zijn woord en door Zijn Geest wil Hij ook jou bij Hem terugbrengen.

Bij Jona doet God dat door het schip waarop hij zich bevindt in een zware storm terecht te laten komen. De bemanning beseft dat dit meer is dan een normale storm en wil weten wat de oorzaak is van dit natuurgeweld. Nadat het lot geworpen is en op Jona valt, erkent hij dat hij voor God op de vlucht is: “Pak mij op en werp mij in de zee, dan zal de zee u met rust laten, want ik weet dat deze zware storm u omwille van mij overkomt” Jona 1:12 (HSV).

De Heer is Jona genadig. Hij stuurt een vis, die hem opslokt. In het binnenste van de vis komt Jona tot inkeer en belijdt: “Het heil is van de HEERE” Jona 2:9 (HSV). Wij zouden Jona allang als profeet ontslagen hebben, maar God geeft Jona een tweede kans. Opnieuw krijgt hij de opdracht naar Ninevé te gaan en de woorden te preken die God aan hem zal geven. Nu gaat hij wel en spreekt: “Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd” Jona 3:4 (HSV). Wij vinden dit misschien een vreemde boodschap, maar het is Gods waarschuwing aan een stad die onderweg is naar de ondergang.

Zo wil God jou misschien wel gebruiken om mensen te redden van de eeuwige ondergang.

Jouw eigen vluchtweg
God wil Ninevé redden. Jona’s ongehoorzaamheid had echter kunnen leiden tot de totale verwoesting van de stad en de ondergang van al haar inwoners. Zo wil God jou misschien wel gebruiken om mensen te redden van de eeuwige ondergang. Lees nu niet zomaar door, maar stop een moment en vraag jezelf voor het aangezicht van de Heere af of je Zijn weg gaat, of dat je je bevindt op een eigengemaakte (vlucht)weg. En aarzel niet om, net als Jona, tot inkeer te komen en opnieuw Gods weg te gaan, tot eer van Hem en tot zegen van anderen.

De uitwerking van Jona’s preek – beter: Gods woorden – is onvoorstelbaar. De hele stad komt tot bekering.

Nu het nog kan
Dit zou een mooi slot zijn van dit kleine Bijbelboek. Maar het is schokkend om in het laatste hoofdstuk te lezen dat Jona woedend wordt op God omdat Hij de stad gespaard heeft. “Ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad” Jona 4:2 (HSV).

Verrassend is het antwoord van de Heere: “Zou ik de grote stad Ninevé niet mogen sparen, waarin meer dan 120.000 mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en linkerhand niet weten, en ook nog veel vee” Jona 4:11 (HSV).

Wie weet voor hoeveel mensen de Heer jou wil gebruiken om hen te redden, nu het nog kan.