Een lam voor een ezel

In Ex.13:13 staat een bijzondere tekst: ‘Maar alles wat de baarmoeder van een ezelin opent, moet u vrijkopen met een lam. Als u het niet vrijkoopt, moet u het de nek breken. Maar wat de mensen betreft, moet u alle eerstgeborenen onder uw zonen vrijkopen.’

In één vers worden een ezel en een eerstgeboren zoon genoemd. Beide moeten worden vrijgekocht door een lam. Als de ezel niet wordt vrijgekocht moet de nek gebroken worden. Ook de eerstgeboren zoon moet eigenlijk sterven (Vgl. Ex.11:4,5 met 12:13: ‘Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan’).

Heeft een ezel iets gemeen heeft met een mens? Je zou het haast denken. Laten we eens kijken naar de eigenschappen van een ezel en ze vergelijken met ons mensen. De ezel is een diersoort dat de mens niet kan temmen: ‘Het luide geroep van de slavendrijver hoort hij niet’ (Job 39:10b). Van ons mensen zegt Jakobus: ‘Maar de tong kan geen mens temmen. Ze is een niet te bedwingen kwaad, vol dodelijk vergif’ (Jak. 3:8)

In 1 Sam. 9:3 lezen we dat de ezelinnen van Kis, de vader van Saul, zijn zoekgeraakt. Saul vindt ze niet. Ze dwalen dus makkelijk af en zijn moeilijk te vinden. Ook wij zijn afgedwaald van God en moeilijk te vinden: ‘Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg’ (Jes.53:6).

Op mijn reizen naar Ethiopië heb ik vaker gezien dat ezels geen gevaar zien. Ze blijven rustig midden op de weg staan als er verkeer aankomt en zelfs voor grote vrachtwagens gaan ze niet opzij. Soms betekent dat hun dood. Ze vertonen dus geen vluchtgedrag. Ook wij zien geen gevaar. De oproep ‘ontvlucht de hoererij en de afgodendienst’ nemen we niet serieus. We denken dat we sterk genoeg zijn om te weerstaan. Pornografie heeft het leven van heel wat mannen verwoest. Eén keer kijken kan toch geen kwaad? Maar het is net als met een magneet. Komen de min– en de pluspool te dicht tegen elkaar aan, dan is er geen houden meer aan.

TV, internet, onze carrière, ons huis, onze auto, ons gezin, onze vakanties, onze… kunnen makkelijk een afgod worden.

Ezels zijn koppig (zo koppig als een ezel); ze zijn dom (zo dom als een ezel); ze zijn ongehoorzaam en soms agressief. Ik heb ezels naar elkaar zien bijten. De ezel is volgens de Joodse wet ook een onrein dier, want hij heeft geen gespleten hoef en herkauwt niet.

In Tit.3:3 wordt het volgende van ons mensen gezegd en als we in ons eigen hart kijken, kunnen we het niet ontkennen: ‘Want ook wij waren voorheen onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, verslaafd aan allerlei begeerten en hartstochten, levend in slechtheid en afgunst, hatelijk en elkaar hatend’.

Lijken we dan niet op de ezel? Koppig, onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, onrein, hatelijk en elkaar hatend/bijtend? Bij de ezel moet de nek worden gebroken of hij moet worden vrijgekocht. Voor ons geldt: ‘Het loon dat de zonde geeft is de dood’ (Rom. 6:23).

Maar gelukkig, daar hoeft het niet bij te blijven. Er is een oplossing.  De ezel en de zoon kunnen worden vrijgekocht. Niet met zilver of goud, maar met bloed. Het bloed van een lam. Wat de zoon betreft wordt dit in Ex.12 uitvoerig beschreven.

Er is een oplossing. De ezel en de zoon kunnen worden vrijgekocht.

Een lam zonder enig gebrek moet worden geslacht nadat het eerst enkele dagen in huis is geweest. De vader van het gezin moet van het bloed nemen en dat aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel (12:7,22,23).Slechts als God het bloed ziet, zal Hij voorbijgaan (12:13,23).

In het Nieuwe Testament wordt duidelijk dat al deze beelden vervuld zijn in Christus. Johannes de Doper zegt: ‘Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!’ (Joh.1:29). Paulus schrijft: ‘want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus’ (1Kor. 5:7). Ook Petrus laat zich horen: ‘in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam’ (1Petr.1:18,19).

Ben jij vrijgekocht door het bloed van het Lam? Laat deze boodschap niet aan je voorbijgaan. Zelfs een ezel stoot zich in ’t gemeen niet tweemaal aan dezelfde steen.