Eén met Christus in Zijn kruisdood en opstanding

De kruisdood en opstanding van Jezus raken de kern van het christelijk geloof. Sterker nog, daarmee staat of valt ons geloofsleven. Helaas vragen steeds meer mensen – zowel binnen en buiten de kerk – zich af of we hier te maken hebben met feiten of ficties.

Voor de apostel Paulus was het geen vraag. Hij schrijft met kracht en overtuiging aan de gemeente in Korinthe en over hun hoofden heen ook aan ons: ‘Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften,’ 1 Korinthe 15:3-4 (HSV).

In de eerste plaats betekent het lijden en sterven van Christus dat de toorn van God over de zondeschuld van de mensheid is gestild. Er heeft herstel plaatsgevonden. Geen zand, maar Bloed erover. Door het offer van Christus werd de Vader verheerlijkt en kunnen wij zondaren delen in verzoening en vrede met God. Door de opstanding van de Heere Jezus uit de dood hadden de zonde, de satan en het graf het nakijken. Niet de dood heeft het laatste woord, maar het Leven. Het is zoals een bekend lied zegt: ‘Jezus Christus, Triomfator, mijn Verlosser, Middelaar’.

Door het offer van Christus werd de Vader verheerlijkt en kunnen wij zondaren delen in verzoening en vrede met God.

In de tweede plaats bewijst de apostel Paulus met deze feiten dat God Zijn profetieën tot op de punt en de komma heeft vervuld. De dood en de opstanding van Christus vonden plaats overeenkomstig de Schriften, precies zoals onder andere de profeten hadden voorspeld. Hieruit blijkt dat God Zijn Woord nakomt. Hij is de absoluut Betrouwbare. Wat een geweldige bemoediging, juist in deze tijd die wordt gekenmerkt door ontrouw en onzekerheid.

In de derde plaats hebben de kruisdood en de opstanding van Christus ook grote gevolgen voor de praktijk van ons geloofsleven. Dezelfde Paulus schrijft aan de gemeente in Rome: ‘Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijk gemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding,’ Romeinen 6:5 (HSV). Het bepaalt ons bij de tweevoudige boodschap van het kruis: Christus is niet alleen vóór ons gestorven en opgestaan, maar wij zijn ook met Hem gestorven en met Hem opgestaan in een nieuw leven. Het betekende het einde van ons ik-gerichte leven. Wij leven niet langer voor onszelf, maar voor Christus alleen (2 Korintiërs 5:15).

Als laatste is er door de kruisdood en de opstanding van Christus ook het fundament gelegd voor de opstanding van hen die reeds in Christus zijn gestorven. Paulus schrijft aan de Tessalonicenzen; ‘Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem,’ 1 Tessalonicenzen 4:13-14 (HSV). Een boodschap van hoop en verwachting!