Emoties zijn verschrikkelijke leiders

“Jij kunt me niet vertellen hoe ik me moet voelen”, schreeuwde het kleine meisje midden in haar driftbui.

“Ik vertel je niet hoe jij je moet voelen”, antwoordde de ouder. “Ik vertel je hoe jij je moet gedragen. En hoe jij je gedraagt gaat volledig over de grens.”

Hoewel het volume deze gebeurtenis bijna overal in de winkel waarneembaar maakte, was het de boodschap die mijn aandacht trok. De veronderstelling intrigeerde me: je kunt de gevoelens van een ander niet beheersen. Hoewel duidelijk genoeg, begon ik een andere onderliggende aanname te vermoeden: we kunnen onze eigen gevoelens niet beheersen. Hoewel ik niet moedig genoeg was om mezelf tussen de beer en haar welp te plaatsen om het te vragen, vermoed ik dat de moeder het gedrag van haar kind wilde besturen omdat alleen dat kon worden bestuurd.

Op het eerste gezicht lijkt dit misschien eenvoudig. Woede, empathie, angst, vreugde en verdriet overkomen ons allemaal, toch? Ze zijn onvrijwillig, zoals ogen die gaan tranen als ze te lang naar de zon kijken. Voordat we stoppen om rustig te beslissen of we de man kruisen die ons net op de snelweg heeft afgesneden, ballen we onze vuisten, ontsnapt ons een scheldwoord en stijgt de adrenaline naar ons hoofd. Voorafgaand aan dit vonnis: woede. Anderen kunnen onze gevoelens niet beheersen, omdat we dat zelf niet kunnen.

Gedrag was, zoals de moeder wist, een andere verhaal. Het zichtbare einde waartoe gevoelens leiden, kon (en zou moeten) worden beheerst. Het meisje kan grote woede voelen ten opzichte van haar moeder omdat ze de Hello Kitty-rugzak niet voor haar heeft gekocht. Maar kronkelen op de grond om te voorkomen dat ze wordt gevangen, “wordt gewoon niet getolereerd”. De stortvloed van woede kan rustig in het meisje stromen, maar de dam van uiterlijk vertoon moest niet worden doorbroken. Ze kon haar moeder in haar hart vermoorden (Mattheüs 5: 21-22), maar ze moest wel voldoende getemperd blijven zodat er geen bewijsmateriaal van de misdaad achterblijft.

Kunnen gevoelens worden gecontroleerd?
We leven in een emoji-wereld waar zelfexpressie en ‘de ware jij zijn’ de hoogste prioriteit heeft – niemand kan ons vertellen hoe we ons moeten voelen. We zijn snel, bijna reflexmatig, in het toevoegen van ons blije, verdrietige, huilende, verbaasde of gekke gezicht via de app of een comment. En in plaats van op de grond te kronkelen, vinden we het beter om al onze emoties te uiten in plaats van achter te blijven en als ‘fake’ te worden gezien. Er zijn geen andere opties. Ons ongefilterde gevoelsleven kan, en sommigen zeggen moet, zich uiten naar ieder en elk persoon – echtgenoten, ouders of vreemden inbegrepen. Sommigen prijzen zelfs dat ze tegen God schreeuwen als ze van streek zijn. In dit alles blijft deze aanname overeind: jij bent je emoties – of je dat ten goede komt of niet. Hen onderdrukken is jezelf onderdrukken.

Maar dat is niet altijd zo geweest.

Zoals C.S. Lewis beschrijft in ‘The Abolition of Man’, hebben mannen zoals Plato, Aristoteles en Augustinus geredeneerd dat onze emotionele reacties, in plaats van vaststaande neigingen, konden (en moeten) worden getraind. “Het hart neemt nooit de plaats van het hoofd in, maar het kan, en moet, het gehoorzamen.” Toen de ketel begon te borrelen, had de innerlijke ouder van het kind (haar geweten) moeten zeggen: “Hoe ik in de verleiding kom om me nu te voelen gaat volledig over de grens.”

Deze ‘over de grens’-taal omschrijft de grote schaal waarop deze voorouders een beroep doen, namelijk de werkelijkheid, met als doel om onze emoties te beoordelen en te herprogrammeren. Met deze standaard op zijn plaats kunnen emoties passend of ongepast zijn, rechtvaardig of onrechtvaardig, rationeel of irrationeel, en moeten emoties overeenkomstig die standaard worden uitgedrukt en onderdrukt. Verdriet komt bijvoorbeeld terecht tot uiting wanneer we een geliefde verliezen. Verdriet komt ten onrechte tot uiting wanneer we door jaloezie in onze stoel onderuit zakken op de bruiloft van de zoveelste vriend.

Leraren uit andere tijdperken beschouwden het opleiden van de gevoelens van hun leerlingen als een hoofdonderdeel van hun werk. In plaats van er alleen maar voor te zorgen dat ze hun tafels en Nederlandse grammatica kenden, probeerde het onderwijs leerlingen op te leiden om te haten wat hatelijk is en lief te hebben wat mooi is. Ze leerden het goede van het slechte te onderscheiden en vervolgens adequaat te reageren. Tegenwoordig, als gevolg van achterdocht voor emotionele propaganda, nemen we hier afstand van en vragen onszelf vervolgens af waarom sommigen hun emoties zo de vrije loop laten. We hebben categorieën verwijderd waarmee een ouder haar jonge meisje kan vertellen dat haar tirannieke gevoelens van woede totaal ongepast en over de grens zijn, ongeacht van wat ze zegt of doet in de back-to-school sectie van de winkel.

Hoe je jouw emoties kunt trainen
Verwacht God dat we onze gevoelens trainen? Het lijkt erop dat Hij dat doet. Hij beveelt emoties.

God gebiedt gehoorzaamheid “vanuit het hart” (Romeinen 6:17) – het vat dat we vaak beoordelen als onbestuurbaar. Hij, in tegenstelling tot de moeder, vertelt ons wat we moeten vrezen en wat we niet moeten vrezen (Lukas 12: 4-5); waar we wel en niet van moeten genieten (Filippenzen 4: 4); wat we moeten verafschuwen (Romeinen 12:9); dat we nooit angstig mogen zijn (Filippenzen 4:6); en hoe we wel en niet boos kunnen zijn (Efeziërs 4:26).

Wanneer we alleen onze acties onder handen nemen, blijven we achter met moralisme, niet met het christendom. Alleen uiterlijke aanpassingen in gedrag zijn zinloos als we binnenin vol zitten met emotionele onreinheid (Matteüs 23:27). God doorzoekt de harten (Romeinen 8:27). Het schreeuwende meisje moet op een gegeven moment het goede nieuws horen, dat God haar meer dan terughoudendheid biedt; hij biedt een transformatie van haar hart aan. Hij beveelt ons nieuwe emoties, en door zijn eigen Geest geeft hij wat Hij gebiedt. Dit is goed nieuws: we worden niet overgelaten om een slaaf van onze emoties te worden.

Hij beveelt ons nieuwe emoties, en door zijn eigen Geest geeft hij wat Hij gebiedt. Dit is goed nieuws: we worden niet overgelaten om een slaaf van onze emoties te worden.

Hoe leert Hij ons lief te hebben, te haten en te voelen in overeenstemming met Zijn goddelijkheid? Hij geeft ons minstens vier ondersteuningen:

1. Zijn Zoon
De vaak veronderstelde basis voor alle goddelijkheid is het Evangelie. Geen enkele hervorming van emoties of vastberaden terughoudendheid betekent iets, zolang we schuldig zijn aan woede, lust en onverschilligheid uit het verleden. Maar het goede nieuws is, voor iedereen die worstelt met buitensporige passies richting het verkeerde (of verstopte passies ten opzichte van het goede), de persoon en het werk van Jezus Christus. Hij is de perfecte voeler, die het gevoelsleven heeft geleefd dat wij niet konden en die de emotie-verpletterende toorn heeft ondergaan in onze plaats, en dat alles om ons nieuw te maken tot in de kern van onze emoties. Is er een meer emotioneel radeloze kreet dan: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” (Mattheüs 27:46)?

2. Zijn Geest
Bovendien, om ons te trainen, geeft Hij zichzelf (Romeinen 8:9). We voelen ons niet alleen. Wij, boven alles wat wij kunnen bevatten en verwachten, worden “deelgenoten van de goddelijke natuur” (2 Petrus 1:4), inclusief totaal nieuwe en veranderde emoties (2 Korinthe 5:17). God heeft ons zijn eigen emotie-gevende-en-regerende Geest gegeven om vrucht te dragen dat Hem behaagt (Galaten 5:22-23): liefde (in plaats van haat), blijdschap (in plaats van wanhoop), vrede (in plaats van onrust), geduld (in plaats van boosheid), vriendelijkheid (in plaats van strengheid), goedheid (in plaats van slechtheid), betrouwbaarheid (in plaats van onvoorspelbaarheid), zachtmoedigheid (in plaats van hardheid), zelfbeheersing (in plaats van hartstochten-controle). Hij spreekt onze emotionele levens aan bij de bron: onze harten.

3. Zijn mensen
God omringt ons niet met zelfhulpboeken, dagelijkse praatprogramma’s of yogalessen, om onze emotionele toestanden in balans te brengen. Hij omringt ons met Zijn mensen. Heiliging, niet te vergeten, is een gemeenschapsproject. De oudere instrueert de jongere. Allen dienen elkaar met hun verschillende gaven. Ze horen het Woord, leven het leven samen, en bouwen elkaar op, “door [zich] in liefde aan de waarheid te houden,” (Efeziërs 4:15). Gezonde emotionele toestanden worden gevonden in een gezond emotioneel leven; een leven in de door-het-bloed-gekochte gemeenschap van de verlosten. We helpen elkaar om vol te zijn van onze God en nuchter over onze gevoelens.

4. Zijn Woord
Ten slotte openbaart God de Werkelijkheid, met een hoofdletter W, door Zijn woord – om dit vervolgens in geloof aan te nemen (Hebreeën 11:1). De vrede van Christus heerst in ons hart wanneer Zijn woord in rijke mate in ons woont (Kolossenzen 3: 15-16). Zo wijst Paulus ons bijvoorbeeld, in een gedeelte van vier verzen, op één aspect van de Werkelijkheid die, wanneer het wordt geloofd, ons zal bevrijden van angst en ons onbeschaamde vreugde zal schenken.

Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u. Uw welwillendheid zij alle mensen bekend.  De Heere is nabij. Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. (Filippenzen 4:4-7)

Hij zegt niet alleen: “Zing in de Heer” of “Dans in de Heer” of “Glimlach in de Heer”, maar: “Verblijd u in de Heer.” En wanneer moeten wij ons verblijden? Altijd. Wanneer moeten we stoppen? Nooit. Wanneer moeten we bezorgd zijn? Nooit. Waarom? Omdat de werkelijkheid van God nooit ophoudt ons reden te geven tot blijdschap: ‘de Heer is nabij’. De zinloze werkelijkheid van deze wereld zegt dat, wanneer je alleenstaand, onrechtmatig, verwaarloosd of onderdrukt bent, je het recht hebt om ongelukkig te zijn. Paulus denkt daar anders over omdat hij in een andere wereld woont.

De zinloze werkelijkheid van deze wereld zegt dat, wanneer je alleenstaand, onrechtmatig, verwaarloosd of onderdrukt bent, je het recht hebt om ongelukkig te zijn. Paulus denkt daar anders over omdat hij in een andere wereld woont.

Hij noemt blijmoedige welwillendheid, ten opzichte van lijden, redelijk: “Uw welwillendheid zij alle mensen bekend” (Filippenzen 4: 5). Als een tragedie toeslaat en we reden hebben om te wanhopen aan het leven zelf, dan hebben we – zelfs dan – reden om vreugde te voelen voor een wereld die meekijkt – “als bedroefden, maar toch steeds blij” (2 Korinthiërs 6:10). Hij is dichtbij om onze gebeden te horen. Hij is dichtbij om ons te troosten. Niets kan ons scheiden van zijn liefde (Romeinen 8: 37-39). Wanneer golven van verdriet ons overspoelen, hebben we nog steeds reden om te zingen: “Toch is het goed met mijn ziel!” Over de schouder van elke pijn staat onze hemelse Vader.

Een werkelijkheid zoals deze zal de manier veranderen waarop we reageren op de rugzakken die ons in dit leven worden geweigerd.

Laat de god van gevoelens aftreden
God geeft ons de prachtige gave van emoties om het leven te kleuren. Hij is een voelende God en zij die naar Zijn beeld gemaakt zijn, zijn geen robots. Maar hoewel gevoelens geweldige dienaren zijn, zijn het vreselijke goden. Wanneer ze stromen – niet geleid door Gods Geest en Gods Werkelijkheid – maken ze ons tot een bedreiging, voor zowel anderen als onszelf.

Hoewel gevoelens geweldige dienaren zijn, zijn het vreselijke goden. Wanneer ze stromen – niet geleid door Gods Geest en Gods Werkelijkheid – maken ze ons tot een bedreiging, voor zowel anderen als onszelf.

In een wereld die wordt overgegeven aan ongebonden emoties en koude apathie, een wereld die gepassioneerd is door triviale dingen en ongevoelig is voor de eeuwigheid, hebben we een prachtige kans om onze redelijkheid kenbaar te maken. We kunnen leven voor Gods glorie, in Gods wereld, als burgers van de volgende wereld. Liefhebbend wat Hij liefheeft, hatend wat hij haat, levend, lachend en huilend op een manier die de hoogste Werkelijkheid weerspiegelt: God Zelf. Hij is nabij en Hij houdt juist hen in volkomen vrede, wiens denken niet op hun gevoelens is gericht, maar op Hem (Jesaja 26:3).