Geloven we nog in het oordeel?

In de dagen van Noach was de aarde verdorven voor Gods aangezicht en de aarde was vol geweldenarij. “Toen zei God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen” (Gen. 6:13). En daarna zei God tegen Noach dat hij een ark moest bouwen, zodat hij en zijn familie daardoor behouden konden worden. Toen ik vanmorgen een preek van een Amerikaanse voorganger beluisterde werd ik met name geraakt door één bepaalde uitspraak van deze broeder. Hij zei dat hij vreesde voor die predikanten die de mensen al te gemakkelijk zeggen dat ze behouden zijn. Predikanten zijn geroepen om het Woord van God door te geven en in de Bijbel staat duidelijk dat, wanneer zij namens God woorden spreken die helemaal niet van God komen, zij daarmee een verschrikkelijke zonde begaan en schuld op zich laden. Het is dus niet niks om als spreekbuis van de Here God op te treden. Wanneer je aan mensen ‘vrede, vrede’ verkondigt, terwijl er helemaal geen vrede is, dan ben je medeverantwoordelijk voor hun ondergang. Wanneer je mensen niet waarschuwt wanneer dat wel nodig is, dan werk je mee aan hun aanstaande rampspoed. Met deze woorden legde de Heere dit uit aan Ezechiël: “Als Ik tot de goddeloze zeg: Gij zult zeker sterven – en gij waarschuwt hem niet en spreekt niet om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen ten einde hem in het leven te behouden, dan zal die goddeloze in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar van zijn bloed zal Ik u (Ezechiël!) rekenschap vragen” (Ez. 3:18).

De predikant wiens preek ik beluisterde zei verder: “We moeten mensen niet zeggen dat ze behouden zíjn, maar hoe ze behouden kunnen wórden. Het wel of niet behouden zijn laten we aan God over. Wij moeten mensen waarschuwen voor het oordeel en hen oproepen zich te bekeren en te geloven in de Here Jezus.” Ook voor ons is er het gevaar dat wij er veel te gemakkelijk van uitgaan dat mensen wel behouden zijn. We denken, God is toch liefde en Hij zal niet zomaar mensen verloren laten gaan. Maar het verhaal van Noach leert ons anders. De Here Jezus vergelijkt de laatste dagen met de dagen van Noach (Matt. 24: 36-42). Mensen leefden rustig door, ze aten en ze dronken, zij huwden en gaven hun kinderen ten huwelijk en hadden niet door dat een vreselijke zondvloed aanstaande was. Een zondvloed die hen allen wegnam. En zo zal ook de komst van de Zoon des Mensen zijn. Ook Petrus maakt een vergelijking tussen de aanstaande dag des Heren en de gang van zaken bij de zondvloed. Zoals de toenmalige wereld is verzwolgen door het water, zo zal de tegenwoordige hemel en aarde door het vuur worden verteerd (2 Petr. 3:6-7). De dag van het oordeel en de ondergang van alle goddeloze mensen is aanstaande!

Vaak zeggen mensen: omdat God liefde is, is Hij niet toornig. Maar de waarheid is, dat, omdat Hij liefde is, Hij juist wel toornig is. Het tegenovergestelde van liefde is niet boosheid, maar onverschilligheid. Omdat wij van kinderen houden, worden we woest op mensen die kinderen molesteren. Zou u het liefdevol vinden wanneer iemand getuige is van kindermishandeling en daar dan niet boos op reageert en niets doet om dat verder te voorkomen en stoppen? Dát zou het tegenovergestelde van liefde zijn! Juist de boosheid van God jegens alle geweldenarij en slechtheid van mensen is het bewijs van Zijn liefde. Zijn liefde en heiligheid gaan altijd samen. In de hele Bijbel komt de heilige toorn van God vanwege de zonde elke keer weer naar voren. En ook het feit dat Hij handelt en zal handelen om af te rekenen met mensen die volharden in goddeloosheid.

Zijn liefde en heiligheid gaan altijd samen. In de hele Bijbel komt de heilige toorn van God vanwege de zonde elke keer weer naar voren.

Ben ik zelf in mijn prediking wel duidelijk genoeg? Wil ik zelf niet liever een boodschap brengen waarmee ik mijn toehoorders over de bol aai? Lig ik wel eens wakker omdat het mogelijk is dat mensen die onder mijn gehoor zitten naar de hel gaan? Denk ik genoeg na over wat de inhoud van de prediking moet zijn, zodat mensen zich bekeren? Doet het mij nog verdriet wanneer familieleden of vrienden volharden in hun ongeloof? Ben ik mij er eigenlijk wel van bewust dat een onberouwelijke houding jegens de Here Jezus Christus betekent dat mensen voor eeuwig verloren gaan? Hoe staat het wat dat betreft met mijn bewogenheid voor andere mensen? We hoeven niet wakker te liggen omdat de mensen die wij overdag tegenkomen worstelen met hun zelfbeeld, of omdat ze moeite hebben met de strijd van het leven. Maar het aanstaande oordeel en de dreiging van het eeuwig verloren gaan zouden toch ons hart moeten vullen met heilige vrees en bezorgdheid om het eeuwige heil van onze medemensen? Alleen Jezus Christus is de Ark waardoor wij, net als Noach en zijn gezin, behouden kunnen worden. We worden niet behouden van een slecht zelfbeeld, of van onze ziekte of moeilijke omstandigheden. Het gaat om behouden te worden van de toorn van God.