God houdt van de zondaar maar haat zijn zonde! Toch!?

Je hebt deze uitspraak vast al vaak gehoord. God houdt van de zondaar, maar haat zijn zonde. Het is een uitspraak die ik op zich kan begrijpen. Maar toch klopt dit niet. Juister zou zijn: God houdt van de zondaar en haat daarom de zondaar. 

God haat zondaren
Psalm 5 geeft heel duidelijk aan dat God niet alleen zonde haat, maar ook de zondaar die de zonde doet. “De dwazen blijven niet staande voor Uw ogen. U haat allen die onrecht bedrijven, U brengt de leugenaars om. Van de man van bloed en bedrog heeft de HEERE een afschuw.” Zonde is niet een onpersoonlijk iets, het is niet als een kledingstuk wat je uit kunt trekken en weg kunt gooien als het kapot is. Je zou zonde beter kunnen vergelijken met een ziekte; wanneer iemand een tumor in zijn hoofd heeft, heeft heel deze persoon kanker. Niet alleen zijn hoofd is ziek, maar heel deze persoon wordt gezien als kankerpatiënt. En zo is het ook met een zondaar, de zonde zit in hem en omdat God zonde haat, haat hij ook de zondaar. 

Een rechter kan ook niet alleen de overtreding van een crimineel straffen. De crimineel krijgt de straf omdat Híj degene is die de overtreding heeft begaan. Precies zo is het ook met zonden en zondaars. Omdat zondaars overtreden tegen een heilige God, haat God deze zondaars en rust zijn toorn en woede op hen. Niet de zonden worden gestraft, maar de zondaar wordt gestraft. De zondaar is degene die voor eeuwig Gods toorn zal moeten doorstaan in de hel. 

God houdt van zondaren
En toch staat er ook een andere waarheid in de Bijbel: ”Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt uit genade bent u zalig geworden.”(Ezeze 2:4-5)

Dit lijkt een verwarrende tegenstrijdigheid, maar het is een heerlijke waarheid. Twee geweldige eigenschappen van God komen hier bij elkaar. Aan de ene kant zijn gruwelijke toorn over alles wat zondigt en aan de andere kant zijn onvoorwaardelijke liefde tot deze zondaren. Gods hart is vol liefde tot zondaren. Hij wil niets liever dan ze redden van Zijn toorn. God is barmhartig, dit betekent dat zijn hart brandt van verlangen om zondaren te redden. 

Maar God moet de zonden en zondaren straffen, zoals een rechtvaardige rechter nooit een schuldige misdadiger zal vrijspreken, zo zal een rechtvaardige God nooit een schuldige zondaar vrijspreken zonder dat de straf wordt gedragen. 

De oplossing
De oplossing hiervoor vinden we in het kruis van Jezus. Uit liefde voor verloren zondaren stuurde God zijn eigen Zoon. Daar aan het kruis nam Jezus de schuld van iedere gelovige op zich. Daar haatte God zijn eigen Zoon, daar was de Vader vertoornd op Zijn eigen Zoon. Daar aan het kruis deed God precies hetzelfde met zijn Zoon als wat Hij doet met zondaren in de hel. Zijn onbeschermde, onbedekte, vurige woede over onze zonden stortte Hij uit op zijn geliefde Zoon. Zoals Abraham Izak moest offeren op een altaar en zijn borst moest doorsteken met een mes, zo doorstak God zijn eigen kind. Izak werd gespaard, maar Jezus niet. Jesaja schrijft zelfs dat God er een behagen in had om dit te doen (Jesaja 53:10). De vurige woede die ons zou moeten verteren werd volledig op Jezus gericht. En ja echt, op dat moment keek de Vader naar Zijn Zoon met haat. Omdat Hij daar niet Zijn Zoon zag, maar jou en mij. En de beker, gevuld met de oceaan van Gods rechtvaardige toorn tegen zondaren, dronk Jezus tot op de laatste druppel leeg.

Terwijl ik deze woorden opschrijf beef ik, mijn ogen vullen zich met tranen en ik durf ze bijna niet op te schrijven, omdat ik vrees voor deze God. Het gaat hier over zulke diepe, onbeschrijfelijke dingen. Ik besef dat ik dit over een God zeg die zo heilig is dat ik op dit moment zou sterven als ik Hem zou zien. Het voelt alsof ik Godslasterlijke dingen opschrijf, maar toch zeg ik het op deze manier omdat dit de waarheid is die Gods woord ons leert. De toorn van God over onze zonden is zo onbeschrijfelijk groot. En de inktzwarte duisternis hiervan is zo intens dat God zelfs zijn eigen Zoon niet spaarde. Het is zó nodig dat we inzien hoe vreselijk groot de toorn van God over onze zonde is. Hoe meer we dit zien, hoe meer we ons zullen verwonderen en verheugen over het offer van de Heere Jezus en hoe meer we van Hem zullen houden. 

O, is dit geen motivatie om te breken met zonden, om ons leven volledig aan God op te offeren en Hem met heel ons hart te dienen? Dit Lam is het zo waard! De eeuwigheid zal te kort zijn om deze Jezus te aanbidden! Als we over deze dingen nadenken kunnen we toch niet onbewogen blijven? Deze woorden zijn toch genoeg om ons hart te verbreken zodat we voor God neervallen in aanbidding?

Geloof het Evangelie en leef
Zo lief heeft God zondaren. Zo lief heeft Hij jou! Dat Hij dit voor je wilde doen. Dien Hem daarom met heel je hart! Breek met zonden, want deze God is het waard dat je heilig voor Hem leeft. En als je Jezus niet kent als je persoonlijke Zaligmaker, vlucht dan nu op dit moment tot Hem. Geloof het Evangelie, vertrouw niet op je eigen goede daden, mooie gebeden, verdriet over zonden, liefde tot God, of wat dan ook. Maar vertrouw op Jezus en je zult bevrijd zijn van de toorn van God. Wanneer je in Jezus gelooft dan mag je deze heilige God aanbidden als een vriend! Iedereen die schuilt achter het offer van Jezus is een vriend van God. Op hem rust geen toorn, maar hij mag leven in vrede met God. In een intieme liefdesrelatie met Hem. Omdat het offer van Jezus echt, echt genoeg was. Geloof daarom in Hem en leef!