Gods verlangen naar jouw hart

Het verlangen van God raakt me als ik dit gedeelte lees in Deuteronomium 5:27-29.

U moet dan alles wat de HEERE, onze God, tegen u zal zeggen, tegen ons zeggen, en wij zullen ernaar luisteren en het doen. Toen de HEERE uw woorden hoorde, toen u tot mij sprak, zei de HEERE tegen mij: Ik heb de woorden van dit volk, die zij tot u gesproken hebben, gehoord: alles wat zij gezegd hebben, is goed. Och, hadden zij maar zo’n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat het hun en hun kinderen eeuwig goed zou gaan!

Hart voor God
Het stuk spreekt over een onbeantwoord verlangen van God: Hij mist zo’n hart bij hen. Hij hoopt op een hart dat Hem vreest en Zijn geboden in acht neemt. Vol van kinderlijk en liefdevol ontzag voor God. Een hart dat tegen de zonde in gaat en liefheeft wat goed is. Als ik dat op mezelf betrek, zie ik dat ik daar nog in kan groeien. Vaak heb ik meer hart voor mezelf dan voor God, daardoor worden de geboden regeltjes die ik moet houden. Maar juist als mijn hart God vreest, als God centraal staat in mijn leven, heb ik hart voor Zijn geboden. De geboden helpen mij op die momenten juist om God te eren, Hem beter te leren kennen en dichter bij Hem te komen. Het is dan niet erg dat ík niet centraal sta, maar alles tot eer van God gebeurt. Op die momenten raak ik door Zijn Woord en daden onder de indruk van wie God is. Dan neem ik Hem serieus als ik Zijn geboden lees.

Hij geeft zo’n hart
Als je ‘Och, hadden zij maar zo’n hart’ letterlijk vertaalt staat er ‘Wie zal geven dat dit hun hart voor hen zal zijn?’ Die vraag wordt op die manier heel relevant. Het is God die hem stelt! Dat laat zien wie er hart voor heeft om het zo te laten zijn. Een God die ervoor aan het kruis stierf. Een God die Zijn Geest ervoor uitstort. Laten we daarom bidden voor zo’n hart. Een hart dat God vreest en Zijn geboden alle dagen in acht neemt. Want God wil zo’n hart aan je geven.