“Heere, zegen deze andijvie-stamppot, amen”

“Lieve Vader in de hemel, wilt U dit lekkere eten zegenen in Jezus’ Naam, amen”

Samen bidden we tot God of hij de andijvie-stamppot wil zegenen. Voor ons staat, naar mijn mening, iets minder lekker eten dan het gebed doet vermoeden. Het is een goed gevulde pan waar mijn moeder zeer haar best op heeft gedaan. Inspanningen die ze wat mij betreft niet had hoeven doen. Ik overwoog nog om te zeggen: “dat had je niet hoeven doen”, wat ik maar gauw weer inslikte. Waar ik vervolgens mijn eerste hap aan toevoegde.

Een kleine rilling loopt over mijn rug wanneer ik het ‘gezegende’ voedsel doorslik. Het gebed heeft blijkbaar niet zo goed geholpen. Kauwend op mijn tweede hap denk ik verder: hadden we dus ook net zo goed niet kunnen doen, dat bidden voor het eten. We hadden beter kunnen bidden voor onszelf. Een klein beetje bovennatuurlijk doorzettingsvermogen kan ik nu wel gebruiken.

Ik mijmer nog wat verder en plotseling kom ik tot het enigszins beschamende besef dat ik geen idee heb waarom we nou toch elke keer bidden of God een boterham met pindakaas wil zegenen. Straks maar even uitzoeken…

Na enig gegoogle kom ik tot de schokkende conclusie dat het gebod, “Gij zult bidden om een zegen voor het eten”, niet bestaat. Wel vind ik enkele tekstgedeelten die de indruk geven dat zo’n gebed niet helemaal uit de lucht gegrepen is. Heel bekend is het voorbeeld van Jezus zelf Die de vijf broden en de twee vissen zegent bij de eerste wonderbare spijziging (Matt. 14:19). Nou, duidelijk, we moeten doen wat Jezus deed, dus zegenen dat eten. Zo simpel ligt het echter niet. Na wat Bereaanse activiteiten (Hand. 17:11) merk ik op dat je niet ‘1, 2, 3’ kan zeggen waar Jezus’ zegen op gericht is. Daarnaast wordt in de andere evangeliën beschreven dat Jezus het eten niet zegent, maar er juist voor dankt. Bovendien volgt nergens de opdracht aan gelovigen dat ze hem hierin na moeten volgen.

Een ander interessant tekstgedeelte is 1 Tim. 4:3-5. Paulus richt zich in dit gedeelte tot de huichelaars in Efeze die heel erg hun best doen om een zo karig mogelijk leven te leiden. Deze bijzondere lieden gebieden de gelovigen dat ze zich moeten onthouden van bepaald voedsel. De wijze Paulus gaat hier fel tegen tekeer. Hij zegt ze duidelijk waar het op staat: God heeft al het eten gemaakt om onder dankzegging aanvaard te worden.

Ietwat verward zit ik achter mijn bureau, niet wetende of ik mij nu verraden of juist verlicht moet voelen. Al die jaren heb ik zonder te twijfelen gedacht dat het zegenen van eten de normaalste zaak van de wereld christenen is, maar er staat dus nergens dat we dat moeten doen. Ik heb zojuist gelezen dat we in ieder geval mogen danken voor het eten dat we ontvangen. Dus ook voor andijvie-stamppot.

De gebeurtenissen die in dit artikel worden beschreven zijn fictief.