Het dubbelleven van David

De Bijbel zwijgt niet over de inktzwarte bladzijde uit het leven van David. Maandenlang leidde hij een dubbelleven. Misschien tekent dit ook jouw situatie.

Het is heftig om te lezen wat de Bijbel erover schrijft in 2 Samuel 11 en 12. David, de man naar Gods hart (1 Samuel 13:14), pleegt overspel en laat één van zijn meest trouwe soldaten omkomen in de strijd. Maar hij zwijgt over zijn eigen zonde, terwijl hij een onbarmhartig oordeel uitspreekt over een ander die in zijn ogen heeft gezondigd.

Wanneer de koningen met hun legers ten strijde trekken, blijft koning David thuis. Tegen de avond ziet hij vanaf het dak van zijn huis een vrouw, die zich aan het wassen is. Het is een knappe vrouw, zegt vers 2. De begeerte ontbrandt in zijn hart en hij stuurt een bode om uit te zoeken wie het is. Het blijkt Batseba te zijn, de vrouw van Uria. David geeft opdracht haar te halen. Hij is levensgevaarlijk bezig. Mannen, doe zoiets nooit.

De begeerte baart zonde. David slaapt die nacht met Batseba en enige tijd later stuurt ze een bericht dat ze zwanger is. David raakt in paniek. Hoe kan hij voorkomen dat iemand dit te weten komt? Hij laat Uria direct halen en als het hem vervolgens niet lukt Uria bij Batseba in bed te krijgen – zodat gezegd kan worden dat het kind van haar man is – stuurt David hem terug naar het slagveld, met een brief waarin zijn doodvonnis wordt geveld. Daar wordt hij vooraan in de strijd geplaatst, waarna de rest van het leger zich terugtrekt. Zoals David wilde, wordt Uria gedood. Als Batseba dit hoort, bedrijft ze rouw, waarna David haar laat halen en met haar trouwt.

Nu heeft hij zijn zin, maar nergens lees je dat David tijdens deze maanden op enige wijze contact zoekt met de Heere. Vers 27 van 2 Samuel 11 zegt: “Wat David gedaan had, was slecht in de ogen van de HEERE.” (HSV). Dan stuurt God de profeet Nathan naar David. Die vertelt hem een verhaal, over een rijke en een arme man. De arme man had alleen maar een klein ooilam. Toen de rijke man bezoek kreeg, kon hij er niet toe komen één van zijn schapen of runderen te slachten, maar nam hij het ooilam van die arme, slachtte het en bereidde het voor de reiziger.

David wordt woedend als hij dat hoort: “Zo waar de HEERE leeft, die man is een kind van de dood” (2 Samuel 12:5, HSV). De woorden die Nathan dan spreekt, treffen hem als een mokerslag: “U bent die man. (…) Waarom hebt u dan het woord van de HEERE veracht, door te doen wat slecht is in Zijn ogen? U hebt Uria, de Hethiet, met het zwaard gedood. Zijn vrouw hebt u tot vrouw genomen. (…) Zie, Ik brengt onheil over u uit uw eigen huis. (…) U hebt in het geheim gehandeld, maar Ik zal dit doen ten aanschouwen van heel Israël en in het volle licht…”

Ga naar de Heere Jezus, belijd je zonde aan Hem en aan elkaar. En weet: Zijn bloed reinigt van alle zonde!

Zolang David zwijgt over zijn zonde, teren zijn beenderen weg. Dag en nacht drukt de hand van de HEERE zwaar op hem (Psalm 32:3,4). Door Gods genade komt David dan tot inkeer. Hij belijdt zijn zonde, lees maar in de Psalmen 32 en 51. Hoe diep gaan zijn woorden in vers 13 van Psalm 51: “Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.” Wat een wonder: de HEERE is hem genadig: “U vergaf mijn ongerechtigheid, mijn zonde” (Psalm 32:5). David mag een nieuwe start maken, met de Heere.

Ook jij weet misschien precies te vertellen hoe we als christenen horen te leven. Vlijmscherp kun je anderen veroordelen. Maar hoe staat het ervoor in jouw eigen leven? Heb je net als David ook een zondig geheim? Ga naar de Heere Jezus, belijd je zonde aan Hem en aan elkaar. En weet: Zijn bloed reinigt van alle zonde!