Het fundament voor alle relaties

“Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.”  Mattheüs 6:33 (HSV)

Door wedergeboorte en bekering word je een volgeling, een leerling van de Heere Jezus. Er komt in je hart liefde tot God en je gaat ernaar verlangen om het Woord van God te gehoorzamen. Er komt een totaal nieuw doel in je leven: gaan lijken op de Heere Jezus (Rom. 8:29). In de wedergeboorte heb je alles gekregen wat nodig is voor een godvruchtig leven (2 Pet. 1). Maar je bent niet direct volwassen. Je wordt als een kind geboren en mag dan opgroeien in de genade. Het is Gods onuitsprekelijke genade als je leert om uit het geloof te gaan leven. Je hoeft dan niet meer uit eigen kracht lief te hebben en relaties te onderhouden. God gaat het als het ware door jou heen doen, door Zijn Geest die in je woont (Fil. 2:12-13).

Als je verhouding met God hersteld is, waarin je een nieuwe goddelijke natuur ontvangen hebt die op God gericht is, ben je aan God verbonden. In plaats van grote afstand tussen jou en God is er intense nabijheid tussen God en jou gekomen: Zijn Geest woont in je hart. ‘… door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.’ (Rom. 5:5)

Je bent Zijn kind geworden, en Hij jouw Vader. Je bent lid van het huisgezin van God geworden (Rom. 8:14). De Heere Jezus heeft niet alleen Zijn leven voor jou gegeven, maar is ook het grote Voorbeeld voor jouw leven in Gods huisgezin. De verhouding tussen de Heere Jezus en Zijn Vader wordt voor jou het grote Voorbeeld. Deze verhouding laat zien hoe de Vader met Zijn kind omgaat en hoe de Vader wil dat jij als kind met Hem omgaat. Ook is deze verhouding hét voorbeeld voor relaties tussen mensen onderling. Vanuit deze verhouding kun je onder meer leren wat onvoorwaardelijke liefde is (1 Joh. 4:9-10). Wat gehoorzaamheid betekent te midden van de strijd op aarde (Hebr. 5:8). Wat trouw blijven betekent in moeilijke tijden (Mat. 26:38-42). Hoe je geoefend kunt worden in het gericht zijn op Hem, om Hem te behagen (Joh. 5:30). Hoe zelfverloochening een sturende factor wordt in het maken van keuzes (Joh. 5:40). En hoe nederigheid het gepaste kenmerk is in je houding tot God en anderen (Fil. 2:3-8).

Daarom is het van het allergrootste belang dat eerst je verhouding met God hersteld is, voordat je een relatie aangaat met een man of een vrouw.

En zo verandert God je naar het doel waarvoor je geschapen bent: het kennen, dienen en verheerlijken van de HEERE God, wat zelfgerichtheid uitsluit. Deze verandering naar Zijn beeld, stelt je in staat om harmonieuze relaties met medemensen te onderhouden. Het gaat hierbij om allerlei soorten relaties: ouders en kinderen, broers en zussen, familieleden, vrienden, collega’s, broeders en zusters in de gemeente. Bij al deze relaties dient de verhouding tot God zichtbaar te worden, in het bijzonder in de relatie tussen man en vrouw in het huwelijk. Zij hebben van God de opdracht gekregen om de verhouding tussen Christus en Zijn gemeente te weerspiegelen (Ef. 5). Daarom is het van het allergrootste belang dat eerst je verhouding met God hersteld is, voordat je een relatie aangaat met een man of een vrouw.