Hoe overwin ik mijzelf?

Het grote probleem in ieder mensenleven is het “zelf”. Het egocentrische zelf, het zelf in het middelpunt, het zelf dat voor god speelt. De oplossing voor dat probleem ligt in Christus. Hij is geen kwakzalver, maar de beste Geneesheer die er is.

Een zendeling in India organiseerde eens wat ze noemden ‘Conferenties van het Open Hart’. Mensen van allerlei soorten geloof kwamen samen om hun hart voor elkaar te openen en eerlijk te delen hoe het met hen ging. De vraag die aan hen gesteld werd was: “Wat mis je? Wat heb je nodig?” Bijna alle antwoorden hadden te maken met de worsteling die wij vaak hebben met onszelf. ‘Hoe kan ik de baas worden over mijn egoïsme?’ ‘Ik ben niet vergevingsgezind.’ ‘Ik vecht met mezelf, ik wil niet toegeven dat ik wat mis.’ ‘Ik ben aan mezelf verslaafd.’ ‘Anderen denken dat ik een toegewijd mens ben. Dat ben ik ook – maar ten diepste alleen aan mezelf.’ Hoe zullen wij onszelf overwinnen? Wat moeten wij doen met onszelf? Is er een uitweg en is bevrijding van ons zondige zelf mogelijk?

De psychologie zegt de laatste tientallen jaren vooral ‘ken jezelf, accepteer jezelf en verwerkelijk jezelf.’ Er wordt voortdurend op de toeter van het positieve zelfbeeld en de zelfverzekerdheid geblazen. In het onderwijs, op de werkvloer en in de hulpverlening zijn we zo langzamerhand doodgegooid met mantra’s zoals ‘word wie je bent’ en ‘wees jezelf’. Maar zonder God als Degene naar wiens beeld en gelijkenis we zijn gemaakt kunnen we niet ontdekken wie we werkelijk zijn. We zullen alleen onszelf leren kennen als we God leren kennen. We gaan onszelf dan zien zoals we zijn in het licht van Gods heiligheid en waarheid. Dan kunnen we niet zomaar van onszelf houden, omdat we inzien hoe zondig we zijn. Hoe kan een mens die liegt, voor zichzelf leeft en aan anderen voorbij gaat zichzelf accepteren?

De grote nadruk op ons “zelf” en op het zeker zijn van jezelf versterkt juist vaak de kwaal. In onze cultuur wordt er een kop-in-het-zand-strategie gevoerd ten aanzien van het “zelf”: blind voor ons zondige “ik” doen velen alsof het menselijke zelf alleen maar goed en te accepteren is. Dit is niet de oplossing die we nodig hebben, want een onacceptabel zelf valt niet te accepteren.

Aan de andere kant wordt er soms gekozen voor de kop-er-afhakken-strategie: het idee dat wij ons zelf moeten onderdrukken en uitwissen. In de Oosterse godsdiensten en filosofieën leeft deze manier van denken sterk. Boeddha ging stil zitten en mediteren om niets meer te verlangen en te willen. De mens moet passieloos en actieloos worden. In het hindoeïsme is het ideaal dat – zoals een druppel verdwijnt en opgaat in de zee – het zelf verdwijnt in de zee van onpersoonlijkheid.

Ook in het christendom is men soms doorgeslagen wat betreft het ‘niets voor mezelf’ of ‘niets van mezelf’. Sommige mensen doen bijvoorbeeld heel ‘nederig’. Ze zeggen ‘ik stel niets voor, ik ben helemaal niets.’ Ze doen zichzelf voortdurend voor als de minste en hebben niet door dat ze zich op die manier niet nederig, maar kruiperig gedragen. Hun valse nederigheid is een vorm van trots. Zo zie je dat wanneer je “zelf” door de voordeur eruit stuurt het langs de achterdeur gelijk weer binnenkomt.

Als Jezus het heeft over ‘jezelf verloochenen’, bedoelt Hij daarmee niet dat het zelf (je eigen identiteit) vernietigd moet worden. Wat Hij wel bedoelt met zelfverloochening is overgave van onszelf aan God. Dat leidt juist tot het werkelijke vinden van onszelf. Jezus wil heel graag dat wij tot ‘zelfverwerkelijking’ komen, maar dan langs de weg van de overgave. Wanneer wij onszelf aan Jezus geven, dan wist Hij het niet uit, maar dan wast Hij het schoon! Het “zelf” wordt dan niet weggedrukt, maar het wordt verlost.

Als Jezus het heeft over ‘jezelf verloochenen’, bedoelt Hij daarmee niet dat het zelf (je eigen identiteit) vernietigd moet worden.

Wanneer Jezus spreekt over het verliezen van ons leven, dan bedoelt Hij dat we ons zondige leven opgeven. Van nature gaat de mens zijn eigen weg, doet waar hij of zij zelf zin in heeft en speelt voor god. Dat verkeerde leven moet je verliezen. Er moet een moment in je leven komen dat je tegen je Schepper en Verlosser zegt: “Ik geef mijzelf aan U! Voortaan wil ik niet meer voor mezelf leven, maar voor U. Vanaf nu wil ik mijn zondige, egocentrische zelf verloochenen. Vanaf nu wil ik leren om dagelijks te sterven aan het maken van keuzes waarin het vooral of alleen maar draait om mezelf. Ik wil leren om U lief te hebben boven alles en mijn naaste net zo zeer lief te hebben als mijzelf. Heer, verander mij.”

Jezus roept op tot overgave. Hij wil ons leren onszelf te vergeten en veel meer aan Hem en aan anderen te gaan denken. Het mooie is dat we juist daardoor veel meer vrede met onszelf zullen gaan ervaren. “Wie zijn leven verliest omwille van Mij, die zal het behouden.”

Wat heb je eraan als je de hele wereld wint, maar schade lijdt aan je “zelf” en jezelf verliest? Je kunt schatrijk worden, alle genot dat er te koop is uitproberen en heel succesvol worden. Maar als je in dit alles ten diepste voor jezelf leeft zal juist de overvloed, het genot en het succes tot schade aan je eigen ziel leiden. Het is de grote paradox van het leven. ‘Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen’ Lucas 9:24a (HSV). Je kan je leven verspillen. Het is mogelijk dat een mens niet tot zijn of haar bestemming komt, zelfs als hij of zij in de ogen van deze wereld de ladder hoog beklommen heeft.

God heeft ons gemaakt om voor Hem te leven, van Hem te genieten en Zijn wil te doen. Dat is onze bestemming als Zijn schepselen. Zo heeft Jezus altijd geleefd. Hijzelf heeft ons voorgedaan waar Hij over spreekt: Hij heeft Zichzelf verloochend, Zijn kruis op Zich genomen en Zijn leven verloren. Dit deed Hij in gehoorzaamheid aan God en uit liefde voor ons. Dwars door Zijn dood heen heeft Hij Zijn leven behouden. Hij stond op uit de dood en leeft sindsdien als de Mens die overwonnen heeft. Door Hem na te volgen zullen ook wij overwinnen. Niet in eigen kracht, maar alleen door overgave aan Hem.