‘Ik ben het Leven’

Laatst hoorde ik in een preek een zin die me stil zette: ‘Er gaan zoveel mensen dood die nog nooit geleefd hebben.’ Dit zette me aan het denken over wat het betekent om te leven en waarom Jezus zei: “Ik ben het Leven.”

Wat is leven?
Als je een definitie opzoekt van leven gaat het vaak over de mogelijkheid tot groei, voortplanting en verandering. Maar wat is de Bijbelse definitie van leven? Hoe heeft God het leven bedoeld? Om die vraag te beantwoorden kijken we naar de eerste mensen die Hij maakte.

Hoe Adam en Eva leefden in het paradijs was zoals God het leven oorspronkelijk heeft bedoeld: in verbondenheid met Hem. De mens sprak en wandelde met God. Er stond niets tussen God en de mensen in. Totdat de Satan ertussen kwam. De mens koos voor zichzelf en er kwam schaamte, angst en ongehoorzaamheid tussen God en de mens in te staan. De dag van de zondeval was de dag waarop een deel van het mens-zijn van Adam en Eva stierf. God wilde niet dat wij voor altijd zo zouden blijven, dus verbande Hij de mens uit de hof van Eden, zodat hij niet voor eeuwig in deze staat zou blijven leven.

Levend dood?
Sinds de zondeval leeft de mens dus niet meer zoals God het heeft bedoeld, hij leeft zelfs in vijandschap met Hem. Er is weinig meer over van het leven zoals God het schiep. Ja, we groeien, leren, werken, eten, drinken, praten, slapen, lachen, huilen en zingen, maar zelfs dat doen we niet meer zoals Hij het had bedoeld, want we doen het voor onszelf en niet tot Zijn eer. Onze ziel wordt dus grotendeels dood geboren.

God weet dat en Hij wil ons weer het leven geven zoals Hij het oorspronkelijk heeft bedoeld. Er moest iets gedaan worden aan die barrière die was ontstaan door de ongehoorzaamheid van de mens. God is rechtvaardig, dus onze ongehoorzaamheid moest bestraft worden. Er moest bloed vloeien. En dat vloeide ook, op Golgotha. Alleen was het niet ons bloed, maar Zijn eigen.

Het echte Leven
Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen,  met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden – en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus, opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus. – Efeze 2:4-7

Wij kunnen het échte Leven dus weer kennen. Wij mogen weer in verbondenheid met God leven. En dat leven is zoveel rijker. Nu mogen we weten waar we vandaan komen. Nu mogen we weten Wie ons heeft gemaakt. Nu mogen we weten dat God van ons houdt. Nu mogen we weten dat God altijd bij ons is. Nu mogen we weten dat wij vergeven zijn. Nu mogen we weten dat we broers en zussen hebben, omdat we één Vader hebben. Nu mogen we weten dat we op een dag onze Maker mogen ontmoeten. Nu mogen we weten dat er een dag zal komen zonder dood, pijn en verdriet. Nu mogen we werkelijk leven.

En dit alles is mogelijk door het werk van Jezus. Daarom kon Hij zeggen: Ik ben het Leven.

Genade zo oneindig groot,
dat ik die ‘t niet verdien,
het leven vond, want ik was dood
en blind, maar nu kan ‘k zien.