Job rotation

Eens even denken … Hij had een schitterende C.V. De rijkste man van de regio. Vroom, godvrezend en wijkend van het kwaad. De Bijbel noemt hem ‘onberispelijk’.
 Na de geweldige crisis in zijn leven evalueert Job zichzelf in het laatste hoofdstuk van het gelijknamige boek.
 Hij kijkt terug op de levensfase die hierboven wordt gekenmerkt en komt nederig tot de conclusie dat zijn onberispelijke en vrome relatie met God gebaseerd was op het ‘slechts van horen zeggen’.

Wat wij ‘van horen zeggen’ menen te weten, heeft maar weinig betekenis. In de rechtszaal, waar de waarheidsvinding centraal staat, heeft het zelfs geen enkele waarde. Getuigen kun je van wat je zelf gezien en meegemaakt hebt. “Nu heb ik God met eigen ogen gezien.” Het behoort tot de diepste en tegelijkertijd rijkste en meest troostvolle mysteries van het leven, dat iemand met een biografie als Job tot deze slotsom komt. Je krijgt er de rillingen van. Heeft C.S. Lewis geen gelijk als hij het lijden ‘Gods megafoon’ noemt? En maakt Job niet duidelijk dat lijden een spiegel is waarin God gezien kan worden?

De vlucht
 Die Gij besloot te zoeken,

hij ontkomt U niet,

al kruipt hij in de hoeken
van moeite en verdriet.

Gij weet hem wel te vinden
in arbeidsschuur

waar hij zich als een lindeblad drukt tegen de muur.

En mocht hij zich verschuilen in liefde en plicht,

een kever in rozentuinentussen schaduw en licht,

Gij schudt hem uit de bloemen met tedere spot
tot hij U zal noemen:

mijn Heer en mijn God!

(Willem de Mérode)