Koester de waarheid vanwege de liefde

Joel Belz, oprichter van WORLD magazine, schreef in één van zijn nummers over het bestaan van “een perverse aanname die nu dominant is onder Christenen dat gevoelens, persoonlijke opvattingen en relaties belangrijker zijn dan waarheid. Eenheid is belangrijker dan radicaliteit. Verdeeldheid, zelfs vanwege de waarheid, wordt de meest aanstootgevende dwaalleer.” Ik denk dat dit waar is.

Misschien dat het woord ‘pervers’ wat toelichting nodig heeft. Ik geloof niet dat Belz bedoelt dat iedereen die eenheid belangrijk vindt perverse bedoelingen heeft. Ook bedoelt hij denk ik niet dat het altijd pervers is om onbewuste blinde vlekken te hebben waardoor je de waarheid niet ziet die achter de relatie staat. Wat pervers is, is het bewust verhullen van de waarheid door de aandacht af te leiden richting iemands houding, stijl, intentie of het waargenomen gevoel. Dit lijkt vandaag de dag ongebruikelijk ‘normaal’ te zijn.

Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: “Naaktheid als onderdeel van entertainment is het tegenovergestelde van Gods wil voor eerbaarheid omdat het lichaam niet behandeld wordt als een heilige bron voor Gods glorie.” Dat is een waarheidsclaim. Het roept mensen op rekening te houden met een objectieve realiteit die ‘Gods wil’ heet. Het vraagt mensen na te denken over deze stelling en een oordeel te vellen over de waarheid ervan. Het draagt ook consequenties met zich mee over wat voor soort entertainment iemand goedkeurt en hoe iemand zijn/haar tijd besteedt.  

Op het niveau van waarheid zou iemand kunnen reageren met: “ik ben het hiermee eens.” Of iemand kan zeggen: “Ik ben het niet met je eens, omdat ik niet geloof dat er een God is. Dus ik denk niet dat je over Zijn ‘wil’ kunt praten.” Iemand anders kan reageren met: “Ik denk dat God behagen schept in het lichaam dat Hij gemaakt heeft en naaktheid voor vermaak niet afkeurt.” Dit zijn allemaal reacties op het niveau van de waarheidsclaim. Argumenten kunnen van beide kanten komen en de dialoog kan verder gaan. Misschien dat er zelfs een gedachteverandering plaatsvindt.

Maar dit is vaak niet hoe het tegenwoordig gaat. Meer gebruikelijk is een verbale strategie waarbij de aandacht afgeleid wordt van de waarheidsclaim, richting een houding die de waarheid compleet teniet doet voor de onoplettende luisteraars. Een voorbeeld-reactie zou kunnen zijn: “Jammer dat jij jouw libido niet onder controle hebt en jouw problemen moet projecteren op anderen.” Of: “Lang leve de Victoriaanse preutsheid!” of: “Met 80.000 vluchtelingen waar niet naar wordt omgekeken in Congo is het bezopen om onszelf bezig te houden met de lengte van rokjes.” Of: “Het getuigt van een ultieme arrogantie om iemands privé gewoonten te bedekken met een mantel van Goddelijke bepalingen.”  

Al deze reacties negeren het issue ‘waarheid’. Ze zijn ontwijkend. Het is de manier waarop listige mensen winnen, door andere mensen helemaal vol te plakken met labels. En dit is wat Joel Belz ‘pervers’ noemt. Ik denk dat hij gelijk heeft.

Mijn gebed voor onze kerk is dat we waarheid en liefde in de Bijbelse volgorde zetten.

Mijn gebed voor onze kerk is dat we waarheid en liefde (radicaliteit en eenheid, feiten en gevoelens, realiteit en relaties) in de Bijbelse volgorde zetten. Paulus zegt in 1 Timotheüs 1:5 bijvoorbeeld: “Het einddoel nu van het gebod is liefde die voortkomt uit een rein hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof.” Let op de volgorde: ‘gebod’ is het fundament en leidt tot ‘liefde’ door zuiverheid en geloof. Of let ook hier op de volgorde in 1 Petrus 1:22: “Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, tot ongeveinsde broederliefde…” Opnieuw gaat waarheid voor en verandert het de ziel ten gunste van de liefde. Zelfs in de spectaculaire openbaring van 1 Johannes 4:8 waar staat dat “God is liefde,” levert “God is” het fundament voor “God is liefde.”

Laten we vanwege de liefde de waarheid koesteren. Dan zal er misschien van ons gezegd worden: “Dat is de gemeente van de levende God, zuil en fundament van de waarheid (1 Timotheüs 3:15).”

Bron: desiringGod.org