Leven en dood

Hoe klein is de afstand tussen leven en dood! Het leven is niet meer dan de voorhof van de dood en onze tocht op aarde is niets meer dan een reis naar het graf. Onze hartslag, die de verlenging van ons leven aangeeft slaat tegelijkertijd ook onze dodenmars. Het bloed dat door ons lichaam stroomt en waarin het leven is, stroomt de dood tegemoet. O, hoe sterk is de dood aan het leven verbonden. Bomen groeien om weer gekapt te worden. Koninkrijken worden groot om vervolgens weer in te storten. De dood is de zwarte knecht, die achter de levenswagen rijdt. De dood bereikt alles in deze wereld, en heeft alle aardse dingen gestempeld met het einde van het graf.

Maar, geloofd is onze God! Er is een plaats waar de dood het spoor van het leven niet volgt zoals de schaduwen van de avond de middagzon. Waar hij niet de reisgenoot van het leven is, en zich daaraan vastklampt als een broer. Daar heerst alleen het leven en daar wordt de klok die de dood inluidt nooit meer gehoord. Het gezegende land boven de wolken! Om daar te komen, moeten wij sterven; maar als wij na de dood een heerlijke onsterfelijkheid krijgen, dan is “sterven winst”.

Bovenstaande tekst is aangepast naar hedendaags Nederlands en geciteerd uit het boekje ‘Korenaren  tussen de schoven opgelezen’ van C.H. Spurgeon, Uitgeverij “De Banier”, Utrecht 1988.