Ontzagwekkend en wonderlijk gemaakt

“Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben;” (Psalm 139:14a)

Ongetwijfeld ken je deze bijbeltekst, en dikke kans dat je er mogelijk ook al eens een preek over hebt gehoord of iets over hebt gelezen. En niet onwaarschijnlijk was dat op een bijeenkomst voor vrouwen. Ik ben niet van plan om deze tekst opnieuw te gebruiken, of de zoveelste toepassing van dit vers te geven, voor ons als vrouwen. Wat ik wel wil doen is delen wat ik heb geleerd uit een boek van Jen Wilkin over dit vers. En verrassend genoeg ging dit boek niet over vrouwen, maar over God – dat er niemand is als Hij en waarom dat zo geweldig is voor ons (een aanrader om te lezen!).

Maar voor we verder gaan, wil ik even stilstaan bij het beeld dat jij waarschijnlijk net als ik, voor ik dit boek las, hebt van dit vers. Iets in de trant van: dit vers laat zien hoe God ons ziet, ontzagwekkend en wonderlijk gemaakt. Als vrouwen vechten we dagelijks tegen gevoelens dat we niet genoeg zijn. Als ons zelfbeeld weer eens faalt, of we ons weer eens niet zo slim, gewaardeerd of capabel voelen, dan kunnen we dit vers lezen en proclameren. Kortom, we hebben dit vers nodig als we tegen onze grenzen aanlopen.

Maar uit het zojuist genoemde boek leerde ik iets nieuws, en eigenlijk was dat het compleet tegenovergestelde – afgezien van het feit dat de bovenstaande toepassing heel vermoeiend is, als ik voor mezelf spreek, al is het maar om de reden dat het veel te vaak niet het gewenste effect heeft – heb ik ontdekt dat het probleem dat we proberen aan te pakken vaak eigenlijk helemaal niet het echte probleem is. Het is zonder twijfel duidelijk dat in onze tijd heel veel meiden en vrouwen worstelen met hun zelfbeeld. Ik denk dat deze psalm ons alleen iets heel belangrijks leert, namelijk dat dit in veel gevallen niet komt door een gebrek aan eigenwaarde, maar een gebrek aan ontzag.

Het is zonder twijfel duidelijk dat in onze tijd heel veel meiden en vrouwen worstelen met hun zelfbeeld. Ik denk dat deze psalm ons alleen iets heel belangrijks leert, namelijk dat dit in veel gevallen niet komt door een gebrek aan eigenwaarde, maar een gebrek aan ontzag.

Zie op Hem
Uit recent onderzoek blijkt dat wanneer mensen ontzag ervaren, bijvoorbeeld bij het zien van een prachtig vergezicht, een schitterende regenboog of een symfonieorkest die de mooiste klanken voortbrengt, mensen minder individualistisch worden, minder op zichzelf gericht zijn en zich meer verbonden voelen met de mensen om hen heen. Met andere woorden, door ontzag te hebben voor dingen om je heen ga je meer omzien naar de mensen om je heen. En dat klinkt bijna precies zoals het grootste gebod wat we vinden in Mattheüs 22:37-39: “U zult de Heere, uw God liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand (opzien naar Iemand groter dan jezelf) (..) U zult uw naaste liefhebben als uzelf (omzien naar anderen)”.

Dus, zo pleit Wilkin, door ontzag voor God te hebben, gaan onze ogen weg van onszelf en richten we ons op Hem, met als gevolg dat we naar anderen omzien. En dat helpt ons om op de beste manier ons zelfbeeld te vormen: we zien hoe klein en onbelangrijk we zijn in het licht van Hem en de schepping, en tegelijkertijd hoe belangrijk het voor God is dat wij als individuen opzien naar Hem en omzien naar anderen.

Het onderwerp is God
En dan weer even terug naar het vers, als het niet om ons draait, wat is dan wel de focus? Als we ons bedenken dat Koning David deze psalm heeft geschreven, is het moeilijk voor te stellen dat hij dat deed om zijn zelfbeeld op te krikken. Het is niet geschreven zodat wij onszelf belangrijker gaan voelen. Als we de rest van de Psalm erbij pakken dan zien we dat niet wíj het onderwerp zijn, maar God:

HEERE, U doorgrondt en kent mij.
Ú kent mijn zitten en mijn opstaan,
U begrijpt van verre mijn gedachten.
U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
     U bent met al mijn wegen vertrouwd.
Al is er nog geen woord op mijn tong,
     zie, HEERE, U weet het alles.
U sluit mij in van achter en van voren,
     U legt Uw hand op mij.
Dit kennen – het is mij te wonderlijk,
      te hoog, ik kan er niet bij.”

God weet alles en ziet alles, God staat boven de tijd en kent al ons denken en spreken, voor wij dat zelf kennen. God is niet gebonden aan een plek, Hij is overal en sluit ons in van achter en van voren.

“Zei ik: Ja, duisternis zal mij opslokken! –
dan is de nacht een licht om mij heen.
Zelfs de duisternis maakt het voor U niet duister,
maar de nacht licht op als de dag,
de duisternis is als het licht.
Want Ú hebt mijn nieren geschapen,
mij in de schoot van mijn moeder geweven.
Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben;
   wonderlijk zijn Uw werken,
   mijn ziel weet dat zeer goed.”

God heeft ons en alles om ons heen gemaakt, Hij zelf was er altijd al. Zijn werken zijn wonderlijk, Hij is almachtig. God is soeverein en staat boven alles wat gebeurt. Van Hem is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid.

Onze reactie op ontzag
Tot slot, zien we in deze psalm ook hoe David reageert als gevolg van zijn ontzag voor God, hij zegt:

“Zou ik niet haten, HEERE, wie U haten,
walgen van wie tegen U opstaan?

Ik haat hen met een volkomen haat,
mijn eigen vijanden zijn het.
Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,
beproef mij en ken mijn gedachten.
Zie of er bij mij een schadelijke weg  is
en leid mij op de eeuwige weg.”

Door ontzag worden we nederig, belijden we onze zonden en onderwerpen we ons aan God.

Een reactie die leidt tot het haten van je vijanden klinkt wat onbarmhartig in onze oren, maar in de tijd van David was de strijd weldegelijk tegen vlees en bloed. Wij, als leden van het lichaam van Christus, worden opgeroepen om onze vijanden lief te hebben. Wat het dan wel betekent? Er is een strijd in de hemelse gewesten. Wij moeten strijden tegen de zonden die strijd voeren tegen onze ziel. Met andere woorden, als reactie op ons ontzag voor Gods grootheid moeten wij zonde haten, met ons hele wezen, en God vragen om het te vernietigen. En met David mogen we dan vragen: Doorgrondt mij God, beproef mij, leg mijn wegen bloot en leidt mij. Door ontzag worden we nederig, belijden we onze zonden en onderwerpen we ons aan God.

Ik hoop dat de overdenking van dit vers jou net zo mag raken en verwonderen als het mij deed. Laten we opzien naar Hem – moge Hij ons leiden bij elke stap!

Gebaseerd op: Jen Wilkin (2016). None Like Him. 10 Ways God Is Different from Us (and
Why That’s a Good Thing), Crossway. p153-158.