Verwarrende verzen: De dwaze gelofte van Jefta

De meeste Christenen hebben er moeite mee om de verhalen uit het boek Richteren te begrijpen. Neem bijvoorbeeld het openingsverslag waar Adoni-Bezek gevangen genomen wordt door de stam van Juda, wordt vernederd doordat zijn tenen en duimen worden afgesneden en dan sterft in Jeruzalem. Of wat dacht je van Gideons vlies in Richteren 6 of Simsons verschillende onwettige relaties met vrouwen in Richteren 14-16? Hoe begrijpen en verklaren we zulke moeilijke teksten? Vragen we: ‘’Wie zijn de Adoni-Bezeks in jouw leven?’’ Of ‘’What would Simson do?’’ Misschien zou ‘’Durf een Gideon te zijn’’ beter werken, maar ik denk het niet. 

Een ander verontrustend verhaal uit het boek Richteren verschijnt in 11:29-40, wanneer de richter Jefta een gelofte aflegt die, zoals velen hebben beargumenteerd, het leven kostte van zijn dochter en enige kind – een mensenoffer. Hoe kon Jezus, met een goed geweten, beweren dat zo’n verhaal over Hem getuigt (Johannes 5:39; Lukas 24:44)? Of hoe kon Paulus deze tekst begrijpen als het vooraf-beloofde evangelie (Romeinen 1:2)? Heeft Jefta zijn dochter echt vermoord om zo’n dwaze gelofte te vervullen, die in de hitte van de strijd was afgelegd? Voor velen is het antwoord op deze vragen een verontrustend ‘ja’. Maar er is een andere optie. 

Het is ook mogelijk dat Jefta nooit van plan was om iemand op te offeren. Integendeel, deze gelofte kan symbolisch zijn voor een vol en compleet offer aan de HEERE als een uiting van dank aan Zijn genade door het bevrijden van Israël van hun onderdrukkers. Laten we samen het bewijs bekijken. 

Zes redenen om de interpretatie van het menselijke offer te heroverwegen:

  1. De evaluatie in het Nieuwe Testament van de rechter in het boek Richteren is positief. Lees Hebreeën 11:32-34: ‘’En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd ontbreekt mij om te vertellen over Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten. Zij hebben door het geloof koninkrijken overwonnen, gerechtigheid in praktijk gebracht, beloften verkregen, muilen van leeuwen gesloten. Zij hebben de kracht van het vuur geblust, zij zijn aan de scherpte van het zwaard ontkomen, zij hebben in zwakheid kracht ontvangen, zij zijn machtig geworden in de oorlog, legers van vreemden hebben zij op de vlucht gejaagd.’’ Let op hoe de auteur van het boek Hebreeën Jefta samen met mensen als David, Samuel en de profeten opsomt. Bovendien, deze mannen dienden ‘’door geloof’’ en ‘’brachten gerechtigheid in de praktijk.” Zou de auteur van Hebreeën Jefta terecht in deze lijst opnemen, als zijn laatste optreden als richter het onwettige en gruwelijke doden van zijn eigen dochter was?  
  2. Naast het Nieuwe Testament bevestigt het boek Richteren zelf ook de roeping en het werk van deze mannen. In Richteren 2:16-19 staat bijvoorbeeld dat de Heere deze mannen deed opstaan om Israël te redden, niet om ze te doden. Bovendien is de tekst er duidelijk over dat de Heere bij deze richteren was in hun werk. Dus als je het werk van de richteren betwist, betwist je het werk van de Heere. Ik zeg niet dat de richters zondeloze, perfecte mensen waren. Maar wat hun roeping betreft waren zij door Gods genade, en de kracht van Zijn Geest, getrouw. Daarnaast is het belangrijk om op te merken dat wanneer de door God aangestelde leiders in zonde vallen, de Bijbel altijd klaar staat om ons erop te wijzen. Mozes sloeg twee keer op de rots en kreeg geen toegang tot het beloofde land (Numeri 20). David pleegde overspel en moord en ontving een openbare, profetische veroordeling (2 Sam. 11-12). Paulus berispte Petrus kort over de kwestie van het eten met heidenen (Gal. 2). Er is geen dergelijke situatie vastgelegd voor Jefta. 
  3. In Richteren 11:29 staat vermeld dat de Geest van de Heere op Jefta kwam en vervolgens, in het volgende vers (11:30), legt Jefta zijn gelofte af. Deze gelofte is daarom het resultaat van de Geest op Jefta en kan dus niet tégen de Geest van God ingaan. Dit is een gebruikelijk patroon in het boek Richteren. In Richteren 6:34 bijvoorbeeld, waar de Geest op Simson kwam en hij een leeuw doodde (14:6) en de Filistijnen versloeg (14:9; 15:14, 19).
  4. Met de belofte van Jefta moeten we begrijpen dat hij bij zijn terugkeer geen enkel soort dier of huisdier vanuit het huis verwachtte. We weten dit om een aantal redenen. Ten eerste wordt het werkwoord ‘’tegemoetkomen’’, in 11:31, altijd gebruikt voor mensen en nooit voor een mens die een dier tegenkomt. Ten tweede, in de oude wereld was het de gewoonte dat, wanneer mensen terugkeerden van de strijd, de vrouwen in processie naar voren kwamen om deel te nemen in feestelijk dansen (vgl. Ex 15:20; Richt. 5:28; 1 Sam. 18:6). Gezien de culturele context waarin deze gebeurtenissen plaatsvonden nam Jefta waarschijnlijk aan dat een vrouw uit het huis zou komen om hem te ontmoeten. Misschien een dienstmeisje of zelfs beter zijn schoonmoeder, maar zeker geen dier. Een betere vertaling voor 11:31 zou dan ook zijn ‘’wie naar buiten komt’’ en niet ‘’wat naar buiten komt.’’
  5. Met de gelofte van Jefta lezen we dat dit offer de Heere zou toebehoren en dat het als een ‘’een brandoffer’’ zou worden geofferd. Dit specifieke offer wordt in geen enkel ander deel van het Oude Testament symbolisch gebruikt. Offers kunnen echter in het algemeen, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament, wel symbolisch worden gebruikt om iets te offeren dat aan de Heere wordt aangeboden door middel van opoffering. Bijvoorbeeld in Exodus 29 en Leviticus 8, waar Aaron en zijn zonen (de Levieten) symbolisch werden geofferd aan de Heere als een beweegoffer (iets dat volledig werd verteerd door vuur), een gebaar van volledige en totale toewijding aan de dienst van de Heere. In Psalm 51:17 is het een gebroken en berouwvol hart het offer dat de Heere verlangt. En in Romeinen 12:1 vermaande Paulus de gelovigen om hun lichamen als levende offers aan de Heere aan te bieden, een daad van geestelijk aanbidding. Het is dus duidelijk mogelijk dat Jefta, onder de leiding van de Geest, in deze context de offertaal symbolisch gebruikte, waarbij het symbool stond voor de volledige en totale toewijding aan de Heere. 
  6. De gewillige vervulling van deze gelofte door Jefta’s dochter (11:36) lijkt de letterlijke interpretatie van een kindoffer te weerspreken. Niet alleen waren zulke offers duidelijk verboden en gruwelijk volgens de Schrift (Deut. 12:31; 18:9-12; vgl. 2 Koningen 3:27; 23:10; Jes. 57:5), maar ook is de focus van de tekst nooit de dood, maar altijd de maagdelijkheid. In 11:37 vraagt de dochter van Jefta om een verlof van twee maanden om haar maagdelijkheid te betreuren. Dan, in 11:38, staat er in de tekst dat ze, terwijl ze samen met haar vriendinnen was, weende over het feit van haar maagdelijkheid. En opnieuw in 11:39 wordt vermeld dat Jefta zijn gelofte aan de Heere vervulde, waarbij de tekst duidelijk beschrijft hoe deze gelofte werd vervuld:‘’Zij heeft geen gemeenschap gehad met een man.’’ Het lijkt er daarom op dat Jefta ‘s gelofte bestond uit het aanbieden van een lid uit zijn huis aan de fulltime dienst van de Heere, en dus niet de normale taken van het huishouden, zoals trouwen en het hebben van kinderen. Dit soort diensten zijn niet onbekend in het Oude Testament (Ex. 38:8; 1 Sam. 2:22; vgl. 1 Sam. 1:11, 22-28). 

Ultieme Richter
Dit is zeker een moeilijke tekst om uit te leggen, en beide opties verdienen een zorgvuldige overweging. Maar overweeg het boek Richteren ook in zijn geheel. Het begint met de trouw van de generatie van Jozua en de stam van Juda, maar het eindigt met de stam van Benjamin die Kanaänitisch wordt, zo goddeloos als Sodom (vgl. Gen 13 met Richt. 19-20). Naarmate het boek zich verder ontwikkeld vervalt Gods volk in steeds grotere goddeloosheid (Richt. 2:19) Maar de Heere was genadig en bleef richters sturen om zijn volk te bevrijden. Hoe groter de goddeloosheid van zijn volk, hoe groter de verlossing van de Heere door elke richter. 

Tegen het einde moet Gideon zijn gezin verlaten, moet Jefta zijn enige kind offeren (vgl. Gen. 22:3), en moet Simson sterven zodat Gods volk redding van zonde en onderdrukking ontvangt. Klinkt dit niet als het vooraf-beloofde evangelie, een zeker getuigenis over de Persoon en het werk van Jezus? Hij verliet zijn familie, het eniggeboren Kind van God. Hij stierf om het werk van de richters, die Hij eeuwenlang had gestuurd, af te ronden, zodat wij onze ogen op Hem, de Leidsman en Voleinder van ons geloof, zouden kunnen richten.