Vriendschap met God is de basis

Ons grootste Voorbeeld van vriendschap is de Heere Jezus Zelf. Het leven en sterven van de Heere Jezus is het volmaakte voorbeeld van ‘vriendschap’ met Zijn Vader (uit gehoorzaamheid) en met de kinderen van Zijn Vader (Joh. 15:13). Tussen de Heere Jezus en Zijn Vader was sprake van geestelijke intimiteit, toewijding en genegenheid, die voortkwamen uit Jezus’ gehoorzaamheid aan Zijn Vader (Joh. 5:19-47). Hij was volmaakt één met de Vader. En deze geestelijke vereniging biedt de Heere Jezus ook aan hen die Hij van Zijn Vader ontvangen heeft (Joh. 17:20). Zijn toewijding aan hen en zijn genegenheid tot hen, komt op het diepst tot uiting in het geven van Zijn leven (Joh. 15:13) en in het voortdurende gebed voor hen (Hebr. 7:25).

Ons grootste Voorbeeld van vriendschap is de Heere Jezus Zelf.

Misschien denk je dat dit veel te hoog gegrepen is en dat je deze vriendschap nooit zal bereiken. En dat het voorbeeld van de Heere Jezus voor jou niet bruikbaar is vanwege de hoge maatstaf. Gelukkig leert de Bijbel het anders. De drie kenmerken van vriendschap die in het vorige artikel beschreven worden, zien wij volledig in het leven van de Heere Jezus terug, en deze kunnen wij ook ontvangen richting God en elkaar. We kunnen namelijk ook een vriend van God en van Gods Zoon worden. Abraham, die God geloofde en Hem gehoorzaam was, wordt een ‘vriend van God’ genoemd (2 Kron. 20:7; Jes. 41:8; Jak. 2:23). Degenen die het verbond van God houden worden Zijn vrienden genoemd (Jak. 2:23). ‘Vriend van God’ kun je alleen worden door het geloof in en gehoorzaamheid aan de Heere Jezus Christus (Joh. 15:13-15). Daartegenover sluit vriendschap met de wereld de vriendschap met God uit (Jak. 4:4). Want vriendschap met de wereld wordt gekenmerkt door hoogmoed en handelt naar alles waarop de mensen hun zinnen zetten en waar ze hun ogen niet vanaf kunnen houden (1 Joh. 2:15-16). Het is het één of het ander. Als kind van God zijn we geroepen tot gemeenschap met Zijn Zoon (1 Kor. 1:9), tot toewijding aan Hem (Rom. 12:1) en om je liefde in de eerste plaats aan God te geven (Mat. 22:37; 1 Joh. 4:19). Hiervoor is het wel noodzakelijk dat we in Hem blijven (Joh. 15:4).

En wanneer je door het werk van de Heilige Geest een vriend van God geworden bent, zal deze vriendschap zich ook uitbreiden naar andere kinderen van God die ook vrienden van God zijn. De christelijke vriendschap is gebaseerd op de vriendschap tussen elke gelovige en de Heere. Als Johannes in zijn evangelie of in zijn brieven schrijft over de liefde van de gelovige, verwijst dit bijna altijd naar de goddelijke liefde die de gelovige van God ontvangen heeft en die zichtbaar wordt in de relatie met zijn medegelovigen.