Wat is vriendschap?

“Olie en reukwerk verblijden het hart, zo is de genegenheid van iemands vriend, vanwege de hartelijke raad” Spreuken 27:9

Vriendschap is een groot voorrecht dat God ons schenkt. Het is niet iets vanzelfsprekends. Echte vriendschap aangaan is in ons ‘digitale tijdperk’ moeilijker geworden, maar het is niet onmogelijk. Daarom willen we in dit hoofdstuk samen onderzoeken wat echte vriendschap inhoudt en dan bekijken we verder hoe we op een Bijbelse manier een vriendschap met iemand van het andere geslacht kunnen aangaan.

‘Vrienden zijn mensen die alles van je weten en toch van je houden’, is een veel gehoorde uitspraak. Hier zit een grote kern van waarheid in. Echte vriendschap gaat verder dan het oppervlakkig kennen van elkaar door middel van social media. Echte vriendschap dringt door tot het wezen van wie je bent. Op de bodem van elk hart leeft de hunkering om echt gekend te worden door anderen. Maar dat gaat niet zomaar. Stel je voor dat je het meest kwetsbare stukje van je hart zou laten zien en de ander neemt dit niet serieus … Het is als een dolk in je hart en je waakt er wel voor om het nog eens te laten zien. Je bouwt een muur op, waarachter je je kwetsbaarheden verbergt. En wie is er nog die werkelijk weet wat er achter die verschansing zit, wie de persoon werkelijk is, die zich aan de buitenkant zo zelfverzekerd en sociaal opstelt? Kennen we elkaar nog echt?

Op de bodem van elk hart leeft de hunkering om echt gekend te worden door anderen.

En toch is dit mogelijk. Elkaar echt kennen. De ‘Van Dale’ geeft als definitie van een vriend: ‘een persoon aan wie men door genegenheid en voorkeur gebonden is, respectievelijk die ons een dergelijke genegenheid en voorkeur betoont’. Hier ligt de nadruk op wat een vriend voor jou betekent. Maar de Bijbelse definitie van vriendschap gaat verder en zouden we als volgt willen verwoorden:

‘Vriendschap is een betrokkenheid op de ander en gehechtheid aan de ander, op basis van de Bijbelse principes van de Goddelijke liefde. Deze liefde richt zich op de behoeften van de ander, zoekt wat het beste is voor de ander en laat de ander de vrije keus om die liefde te beantwoorden.’

In tegenstelling tot de definitie van Van Dale ligt hier de nadruk op wat jij betekent voor de ander. We vinden in de Bijbel verschillende voorbeelden en basisprincipes voor vriendschappen terug, die ons kunnen helpen en die ons in een betrouwbare, hoopvolle richting sturen. De Bijbel hecht veel waarde aan vriendschappen en prijst een mens die goede vrienden heeft gelukkig (Pred. 4:9,10; Spr. 18:24). Maar tegelijkertijd zullen we ook zien dat, zoals bij alle mooie en tere zaken in de Bijbel, de zonde een verwoestende invloed heeft op vriendschappen. Als eerste gaan we nu in op de goede vriendschappen en hoe God vriendschappen bedoeld heeft.

Vriendschappen kunnen heel verschillend zijn qua inhoud en intensiteit, hoewel er altijd sprake is van in ieder geval één factor: Liefde. Dit dient in alle soorten vriendschappen zichtbaar te worden en heeft de Heere Jezus geboden in Johannes 13 vers 34: ‘Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet ook u elkaar liefhebben.’ Als we verder de voorbeelden in de Bijbel goed bekijken, ontdekken we drie kenmerken van vriendschappen die de mate van vriendschap bepalen.

Zorg dragen voor de naaste
Het eerste kenmerk dat we hier noemen is het samenzijn. In Richteren 7 vers 13 wordt het woord metgezel gebruikt, iemand met wie je samen bent. Dit is oppervlakkige vriendschap. De Bijbel spreekt hierin over onze naaste, voor wie we zorg dragen (Rom. 15:2). Onze naasten zijn zij die God op onze weg plaatst, wiens ‘metgezel’ we zijn. Deze vriendschap is gebaseerd op vriendelijkheid en de bereidheid om onze naaste te dienen. Deze vriendschap zien we terug in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan die zorg droeg voor de gewonde man die langs de kant van de weg lag (Luk. 10:25-37). Maar het zegt nog niets over de toewijding van het hart richting de ander.

Toewijding en loyaliteit
Als we verder kijken ontdekken we een diepere vriendschap waarbij sprake is van toewijding en loyaliteit. Hierbij uit de vriendschap zich in het hulp bieden in tijden van nood (Spr. 17:17; Luk. 11:5-8), advies geven in moeilijke situaties (Spr. 27:9) of troosten in tijden van verdriet (Richt. 11:37-38). Zelfs kan deze vriendschap hulp bieden met gevaar voor eigen leven (2 Sam. 15:32-37; 16:16-19; 17:5-16). Een voorbeeld van deze vriendschap zien we in de relatie tussen Husai en koning David. Bij Husai was er niet alleen een verlangen om samen te zijn met de koning, maar ook een houding van toewijding en loyaliteit (2 Sam. 15:32-37). Hij nam het op voor de koning en hechtte belang aan deze relatie. En in Handelingen zien we dat vorsten van Azië vrienden van Paulus worden genoemd, die gericht zijn op de veiligheid van Paulus. Hun handelen zou zelfs een uiting van zorg kunnen zijn van het hoogste niveau van vriendschap dat zichtbaar kan worden in relaties (Hand. 19:31).

Persoonlijke genegenheid
Dit hoogste niveau van vriendschap omvat naast samen zijn en toewijding ook persoonlijke genegenheid. We zien dit bijvoorbeeld bij David en Jonathan (1 Sam. 18:1-4; 20:14-17). Het is één van de grootste Bijbelse voorbeelden van liefhebben, waarbij de toewijding dieper gaat dan bij een broer (Spr. 18:24). Jonathans loyaliteit aan David gaat dieper dan zijn loyaliteit aan zijn vader Saul of zijn eigen ambities (1 Sam. 18:1-4; 20:14-17). De klaagzang die David zingt als hij hoort van de dood van Jonathan kenmerkt hun relatie als een hoogtepunt van menselijke vriendschap (2 Sam. 1:17-27). De trouw en loyaliteit van Ruth naar haar schoonmoeder Naomi is eveneens een prachtige weergave van menselijke vriendschap op het hoogste niveau. En bij Paulus en de gemeente te Filippi merken we ook een diepere vriendschapsband op die tot uiting komt in het sterke verlangen van Paulus om hen te ontmoeten (Fil. 4:1,15-20). Hier is een verbondenheid die dieper gaat dan toewijding. Het is een uiting van de onvoorwaardelijke, goddelijke liefde die zich richt op de behoeften van de ander, zonder iets van de ander te verwachten. De Bijbel noemt dit agapè. Dit is de Bijbelse definitie die we verwoord hebben, waarbij de vriendschap vanuit persoonlijke genegenheid gericht is op het welzijn van de ander. Samenvattend zou je kunnen zeggen dat diepe vriendschap bestaat uit samenzijn, toewijding en onvoorwaardelijke genegenheid. Vriendschap waarbij we niet handelen vanuit eigenbelang, maar waarin we in nederigheid de ander voortreffelijker achten dan onszelf (Fil. 2:3).

Toewijding en genegenheid voor een vriend komen tot uiting in de wijze waarop je met hem omgaat. De Bijbel is hierin heel praktisch en geeft de volgende uitingsvormen als kenmerken van een goede vriendschap: een goede vriend geeft zijn leven (Joh. 15:13; vergelijk 3:29,30); kent je door en door (Ex. 33:11; Joh. 15:15); is iemand met wie je vertrouwelijk kunt zijn (Gen. 18:17); heeft onvoorwaardelijk lief (Spr. 17:17); geeft wijze raad (Spr. 27:9); spreekt de waarheid in liefde (Spr. 27:6); bemoedigt en vertroost je (Job 6:14; Richt. 11:37,38); gaat de confrontatie niet uit de weg (Spr. 27:17); is fijngevoelig (Spr. 26:18,19); is loyaal (Spr. 16:28; 17:9); deelt in de blijdschap van jou (Luk. 15:6,9; vergelijk vers 29); heeft het beste met je voor en helpt ook praktisch (Mark. 2:3); maakt je deelgenoot van geestelijke zegeningen (Hand. 10:24) en is iemand die de ander verzorgt (Hand. 27:3).