Zwijgen of spreken?

“Zeven dagen en zeven nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed,” Job 2:12-13 (NBV).

Ik herinner mij een situatie waarbij mijn buurvrouw overleed. Ik was jong en wist niet hoe met deze kwestie om te gaan. Ik koos de slechtste optie: ik deed niets. Toen ik de moed eindelijk had gevonden en, te laat, mijn medeleven ging betuigen, stuitte ik op een afwijzende houding van de weduwnaar.

Ik heb nog vaak aan dit onfortuinlijke optreden teruggedacht. Ik begrijp nu waarom ik niet direct ging. Ik kon niet troosten. Wat moest ik zeggen tegen zo’n man? Elk woord van medeleven zou immers volkomen misplaatst klinken. Maar ik weet nu wel wat mij te doen staat: gaan! Zeg dat je niet weet wat te zeggen, houd desnoods je mond, maar ga!

De vrienden van Job krijgen doorgaans weinig sympathie. Maar ze gingen wel en schaamden zich niet om te laten zien hoe kapot ze waren van wat hun vriend Job overkomen was. Gescheurde kleren, luid geweeklaag en stof in hun haren. Wie doet dat nog? En dan gaan ze naast Job zitten en zien hoe kapot hij is. Elk woord is dan teveel. Zeven dagen zwegen ze dus. Het bleef stil. Stilte doet de tijd bewuster beleven. Dat merken we als we op 4 mei twee minuten stil zijn. Stil zijn is moeilijk en moet daarom geoefend worden. Dat is een moeilijke weg, want zodra we stil willen worden lijken we van binnen door van alles en nog wat bestormd te worden. Volgens sommige geoefende stilzwijgers is dat de eerste tijd van de leerweg heel gebruikelijk. Wie zich door deze drukke fase heen weet te worstelen, komt uiteindelijk in de rustige stilte.

Zwijgen is communiceren. God communiceert ook door tijdenlang te zwijgen. Het helpt de gesprekspartner om de tijd te nemen zich in te leven in de situatie van de ander. Zwijgen laat zien dat je het lijden van de ander serieus neemt, in plaats van er direct over te gaan spreken. Wie in het troosten met passende antwoorden wil komen, zal eerst de tijd moeten nemen om te zwijgen. Met een open luisterend hart naar God. Wat vervolgens gezegd gaat worden, kon best wel eens van God gegeven zijn.

“De woorden mogen dienen uitsluitend om de stilte te verbeteren.”

“De woorden mogen dienen uitsluitend om de stilte te verbeteren.” – Karel Jonckheere