Jezus als Redder, of Jezus als Koning?

Je kunt de preek hieronder beluisteren en lezen, maar je kunt de preek ook beluisteren via Spotify.

De titel van deze preek is: “Wat is het Evangelie wel, en wat is het niet?” Ik ga ervanuit dat de hoge heren van T4G mij voor dit onderwerp gevraagd hebben vanwege een boek dat ik tien jaar geleden heb geschreven: Wat is het Evangelie (What is the Gospel)? Het is geweldig om te horen hoe de Heere “dat kleine zwarte boekje” gebruikt heeft om christenen te bemoedigen en mensen tot Hem te brengen. 

Maar geloof het of niet, dat boekje – waar het Evangelie gedefinieerd wordt als een openbaring van Degene aan Wie wij verantwoording moeten afleggen; het probleem van zonde; Gods oplossing voor dat probleem door het plaatsvervangende leven en sterven van Koning Jezus, en Zijn opstanding; en de oproep om op Jezus te antwoorden met bekering en geloof – is niet zonder tegenstand geweest. 

Het kloppende hart van het Evangelie
Nu wil ik deze tijd niet gebruiken om mijn boek te verdedigen dat ik tien jaar geleden geschreven heb. In plaats daarvan wil ik deze tijd gebruiken om in te gaan op een tegenwerping die wij vaak te horen krijgen wanneer we Jezus’ plaatsvervangende offer en onze rechtvaardiging door geloof alleen, in Hem alleen, het kloppende hart van het Evangelie noemen.  

Kortgeleden heb ik twee boeken, die deze tegenwerping opgooien, opnieuw gelezen: Scot McKnights boek The King Jesus Gospel (Het Evangelie van Koning Jezus) en Matthew Bates’ boek Gospel Allegiance: What Faith in Jesus Misses for Salvation (Trouw aan het Evangelie: Wat geloof in Jezus mist voor redding). Naast anderen hebben deze schrijvers veel tijd besteed om te reageren op mijn kleine zwarte boekje. Ik was blij verrast om de volgende conclusie tegen te komen aan het einde van Bates’ boek:

Zouden protestanten de banden moeten verbreken met leiders als Chandler, Gilbert, MacArthur, Piper en Sproul als het waar is dat zij fouten hebben gemaakt over de ware inhoud en grenzen van het Evangelie? Absoluut niet. Dat zou totaal ongepast zijn.

Het eerste wat ik dacht was natuurlijk: “Wow, geen slecht rijtje!” Ik wilde die zin eruit halen en inlijsten. Maar toen realiseerde ik me “Wacht, vroeg hij nu echt of protestantse Christenen alle contacten met mij moesten verbreken?” Dat schept een boel helderheid! Gelukkig concludeerde hij dat dit niet hoefde. Bates schrijft later dat Matt (Chandler), John (Macarthur), R. C. (Sproul) en ikzelf, misschien diep van binnen wel een reddend geloof hebben in Jezus, maar dat we het alleen niet zo goed kunnen uitleggen.

Hoe dan ook, de reden dat ik deze twee boeken noem is omdat zij beiden, ieder op hun eigen manier, dezelfde aanval uitvoeren op het gereformeerd christelijke kamp. Die aanval zegt dat wij het echte hart van het Evangelie negeren en in rook op laten gaan. De reden hiervoor is dat wij Jezus’ plaatsvervangende offer – met daarbij de rechtvaardiging door geloof alleen in Christus alleen – het centrale punt maken van het Evangelie.

Maar wat is volgens hen dan het hart van het Evangelie? Nu is het zo dat McKnight, Bates en anderen, posities innemen die soms slechts subtiel van elkaar verschillen, maar soms ook enorm verschillend zijn en leiden tot onenigheid. Maar het voornaamste punt lijkt te zijn dat Jezus de langverwachte Messias of Koning van Israël is. McKnight stelt dat “Het Evangelie het verhaal van Jezus is, als de climax van het verhaal van Israël”; dit houdt dan niet alleen koningschap in, maar ook andere lijnen van het verhaal. Koningschap is daarin echter wel het centrale punt. Bates is opvallend duidelijk: “De climax van het Evangelie is dat Jezus de Christus is, de Koning.”

Het is natuurlijk zaak, ook als reactie op deze aanvallen, om er zorg voor te dragen dat wij als protestantse Christenen – in het bijzonder de voorgangers – Jezus niet loskoppelen van Zijn plaats in de grote meeslepende verhaallijn van de Schrift. En ik moet zeggen dat ik denk dat dit een goede waarschuwing is. Misschien is het wel legitieme kritiek op veel protestantse prediking, zeker als één van onze meest bekende voorgangers andere christenen heel expliciet oproept om “het christelijke geloof los te koppelen van het Oude Testament.”

Natuurlijk klopt het dat velen van ons enorm geholpen zouden zijn door preken waarin het Evangelie niet alleen bestaat uit simpele (maar ware) stellingen over zaken als plaatsvervangend lijden en rechtvaardiging door geloof alleen, maar ook door preken waarin de gehele lijn van de Bijbel uiteengezet wordt; een verhaallijn waar vervolgens die stellingen op de juiste plek gezet worden. Wanneer mensen denken dat het Christendom draait om drie of vier zinnen die passen op de achterkant van een bierviltje, dan lijkt het al snel een erg dun en inhoudsloos verhaal in vergelijking met de enorme hoeveelheid aan religies en spirituele stromingen die om onze aandacht roepen. Het Christendom rust op een betoverend verhaal over de geschiedenis en de toekomst van deze wereld – een geschiedenis van koningen, oorlogen, falen en van verlossing – dat, als je het eenmaal begrijpt, Jezus adembenemend geweldig maakt.

Bestaat er een Evangelie van het Koninkrijk?
Wat ik steeds maar niet begrijpen kan rond dit soort boeken over het “Evangelie van het koninkrijk” is de drang om het verhaal van Jezus’ koningschap los te trekken van persoonlijke redding, vergeving, verzoening en rechtvaardiging. Het is verwarrend, want hun boodschap is niet “vergeet alsjeblieft niet dat er een geschiedenis aan het Kruis voorafgaat”, of “predik het Kruis en het goede nieuws van het koninkrijk!” Veel vaker klinkt het meer als: “Het Evangelie is dat Jezus Koning is en niet dat Hij verzoening brengt voor Zijn volk.”

Scot McKnight beschrijft het Evangelie bijvoorbeeld als “de verkondiging van het verhaal van Jezus als de climax van het verhaal van Israël.” Dit noemt hij “het plan van redding”. Maar vervolgens trekt hij deze twee uit elkaar:

Laten we nu naar ons derde grote idee gaan: Het (persoonlijke) reddingsplan. Het reddingsplan vloeit voort uit het verhaal van Israël, de Bijbel en het verhaal van Jezus. Het Bijbelse verhaal van Israël tot Jezus is het reddende verhaal. En omdat we het belang van dit verhaal niet willen verminderen als we het Evangelie willen begrijpen, moeten we dat ook niet doen met het reddende effect van dit verhaal.

Maar het reddingsplan gelijkstellen aan het verhaal van Israël of het verhaal van Jezus, vervormt het Evangelie en zorgt er soms voor dat het hele verhaal geruïneerd wordt.

Vervolgens herhaalt hij dit nog een paar keer. Redding “vloeit voort uit” het Evangelie maar “het reddingsplan en het Evangelie zijn niet hetzelfde grote idee.” 

Matthew Bates zegt het later nog sterker, maar het is hetzelfde idee:

Mijn stelling is anders: onze rechtvaardiging door geloof is geen onderdeel van het Evangelie. Wij moeten voorzichtig te werk gaan om uit te zoeken hoe rechtvaardiging en geloof apart van elkaar te maken hebben met het Evangelie. Maar wanneer we zeggen dat dit het Evangelie is of dat het ook maar onderdeel zou zijn van het Evangelie, verdraaien wij de boodschap van de Bijbel.

Je snapt het punt wel, denk ik. Wanneer schrijvers als McKnight en Bates ons, en mij persoonlijk, willen waarschuwen met de woorden: “Broeder, predik absoluut de waarheid van de rechtvaardiging door geloof alleen in Christus alleen, maar vergeet alsjeblieft niet om dit in de geweldige verhalende context te plaatsen,” dan ben ik het daar helemaal mee eens! Maar deze passages, die we net besproken hebben, lijken iets anders te zeggen. Zij lijken te zeggen dat “Jezus is Koning” het Evangelie is, en dat persoonlijke redding, verzoening en rechtvaardiging dat niet zijn.

Jezus is Koning – maar wat doet de koning?
Wat is onze reactie hierop? Natuurlijk, het klopt niet en er zijn genoeg Bijbelteksten waarmee we dat zouden kunnen bewijzen. Maar ik denk dat er meer mis is met de aanval dan een paar “bewijsteksten” zouden kunnen aantonen; en dat is waar ik het de rest van deze preek over wil hebben. Zeggen dat “Jezus is Koning” het Evangelie is en dat persoonlijke redding, verzoening en rechtvaardiging niet het Evangelie beschrijven, is onjuist omdat je dan precies niet begrijpt wat het koningschap in Israël echt betekent. Dan begrijp je niet wie de koning is en wat er van hem verwacht wordt.

Wat ik hier wil laten zien is dat je inderdaad het Evangelie moet verkondigen dat Jezus Koning is, maar dat je dit niet kunt doen zonder daarbij te vertellen wat de Koning doet: De Koning vertegenwoordigt het volk en Hij lijdt en sterft in hun plaats om ze te redden van hun zonden. 

Luister goed: dit was niet incidenteel, dit was niet iets wat slechts één Koning, Jezus, toevallig gedaan heeft. Je volk vertegenwoordigen en voor hen lijden was precies wat koningschap in Israël betekende. Het werd verwacht van de koning!

Zeggen dat “Jezus is Koning” het Evangelie is en dat persoonlijke redding, verzoening en rechtvaardiging niet het Evangelie beschrijven, is onjuist omdat je dan precies niet begrijpt wat het koningschap in Israël echt betekent. Dan begrijp je niet wie de koning is en wat er van hem verwacht wordt.

Een Koning aan het kruis?
Laten we met deze vraag beginnen: Aan welk ambt denken wij bij de kruisdood van Jezus? Waarschijnlijk aan priesterschap. En dat klopt. Hebreeën vertelt ons dat, toen Hij stierf, Jezus als een priester het eens-voor-altijd offer offerde, om Zijn volk te redden. Maar is het je ooit opgevallen welk beeld gebruikt wordt in de Evangeliën als het over het lijden gaat? Daar wordt niet het beeld van een priester, maar het beeld van een koning gebruikt. Als Hij vernederd wordt door de Romeinen draagt Jezus een purperen gewaad en geven zij Hem een scepter. Als Hij aan het kruis genageld wordt, zetten ze Hem een doornenkroon op Zijn hoofd. Terwijl Hij stierf hing er een bordje boven het hoofd van Jezus, waarop stond: “Koning der Joden.”

Het verhaal van Jezus’ kruisdood schreeuwt op een prachtige, en tegelijk schokkend ironische, manier dat Jezus niet alleen sterft als een priester, maar ook als een koning. Zijn dood is op de een of andere manier een bijzonder en uniek koninklijk werk. Dit is niet hoe wij normaal gesproken over koningschap nadenken. Koningen hebben macht en heersen. Wanneer wij het hebben over de soevereiniteit en majesteit van Jezus, noemen we Hem de Koning der koningen. Wanneer wij spreken over Zijn lijden en vernederingen, gebruiken we priesterlijke termen.

Maar ik wil dat je het volgende gaat zien vandaag, iets waarin jij je kunt verblijden, namelijk dat de dood van Jezus als plaatsvervanger voor Zijn volk en Zijn verzoenende werk, heel natuurlijk, terecht en inherent verbonden zijn aan Zijn koninklijke taak. Sterker nog, je kunt koningschap niet begrijpen zonder dit eerst te begrijpen. Je kunt niet op de juiste manier Jezus als Koning verkondigen, zonder Hem te verkondigen als de Lijdende Knecht. Dat is wat ik wil laten zien: dat de hele Bijbel toewerkt naar het goede nieuws dat Gods volk gered zal worden door niet zomaar een koning, maar door het bloed van de Geslachte Koning.

Een Bijbels-theologische uiteenzetting
Om dat te laten zien gaan we een beetje Bijbelse theologie bedrijven. We gaan een aantal thema’s/typologieën traceren in de Bijbel, met name die van Koningschap, Vertegenwoordiging en Lijden. We lopen ze in vier stappen langs:

  1. De Koning in de Hof 
  2. De Koning in Israël
  3. De Koning in de Profeten
  4. De Koning in Zijn Schoonheid

De Koning in de Hof
Genesis 1:28 definieert wat het betekent om geschapen te zijn naar het beeld van God. God stelt Adam aan om over de aarde te heersen en haar te onderwerpen. Hij moet bijvoorbeeld namen geven aan de dieren. En zo stelt God gezagsstructuren in. Dit is vervolgens de reden dat Satan naar Eva toekomt in de vorm van een slang. Hij wil alle gezagsstructuren die God in de schepping heeft geweven, vernietigen en omverwerpen. 

Daarin zien we meteen al dat de betekenis en het doel van koningschap vorm krijgt. De rol van de koning is om in rechtvaardigheid te handelen door God op de juiste manier te vertegenwoordigen in Zijn schepping. Hij moet de Hof bewaken. Dat is wat Adam had moeten doen, maar hij faalde.

We moeten opmerken dat Adam twee rollen had onder God. Hij was koning, dat zie je aan termen als “onderwerpen” en “heersen”. Maar hij had nog een andere rol. Genesis 2:15 stelt dat Adam de schepping moest “bewerken” en “onderhouden”. Het woord “bewerken”, abad, betekent precies wat je denkt. Adam was verantwoordelijk voor de tuin, hij moest het bewerken en doen laten groeien in schoonheid. En hij moest het “onderhouden” (shamar), wat meer betekent dan het alleen een beetje netjes houden. Het betekent eerder iets als de tuin “bewaken”, “beschermen” en ervoor zorgen dat er niets kwaads of onreins binnen komt. Als dat toch gebeurde, moest Adam dat veroordelen en naar buiten werpen.

Wat zo fascinerend is aan deze woorden abad (bewerken) en shamar (onderhouden), is dat dit niet alleen de taakomschrijving van Adam is, maar ook van de priesters in de tempel/tabernakel van Israël. Dat is geen toeval. De hof van Eden was in essentie een perfecte tempel, de woonplaats van God bij de mens. Net zoals de priesters de tempel en de tabernakel zouden abad en shamar, zo moest Adam ook de tempel van de hof van Eden abad en shamar. Hij was niet alleen koning in Eden, hij was priester-koning. De ambten van priester en koning waren in hem verenigd. 

De conclusie is, natuurlijk dat Adam, als priester-koning in Eden, had moeten handelen om de Hof te beschermen. Hij had de slang moeten doden. Maar dat deed hij niet. Hij sloot zich aan bij Satans rebellie. Daarom gooide God hem uit de tuin, samen met de vrouw en de slang, en plaatste een engel met een vlammend zwaard bij de ingang, uitgerust “om de weg naar de boom des levens te bewaken (shamar)” (Genesis 3:24). Zie je wat hier gebeurt? Als de eerste vertegenwoordiger de hof niet shamar, dan doet de Grote Koning het zelf. 

Op het einde van Genesis 3 lijkt de situatie hopeloos. Zonde begint effect te hebben, de dood begint te heersen en als je het verhaal nog niet kende zou jij je überhaupt afvragen of er nog hoop is. Maar dan licht de belofte van Genesis 3:15 op, een bliksemschicht midden in de destructieve ramp, waarin God belooft dat er iemand anders zal opstaan die zal doen wat Adam niet deed. 

Het woord “koning” wordt hier niet gebruikt, maar het is duidelijk dat het “nageslacht van de vrouw” de koninklijke heerschappij, die Adam niet uitoefende, wel zal uitoefenen. Hij zal het zwaard oppakken dat Adam had laten vallen, om er vervolgens de Vijand, waarmee Adam ging samenwerken, mee te doden en de strijd te winnen die Adam had verloren. Met andere woorden: Hij zal uiteindelijk de Koning zijn die Adam niet was.

Vanaf dat punt draait de hele verhaallijn van de Bijbel om die ene grote vraag: “Wie gaat de vervulling zijn van de belofte van een nieuwe Koning in Genesis 3:15?” Wie is die Koning en hoe herstelt Hij de schade die Adam heeft aangericht door zijn opstand tegen God?

We kunnen zien dat deze vraag zichzelf langzaam uit werkt in de rest van Genesis. In hoofdstuk 4 vragen we ons af of het misschien Kaïn is, en vervolgens lezen we in Genesis 5:29 dat Lamech denkt dat het Noach is. “Deze zal ons troosten over ons werk en over het zwoegen van onze handen, vanwege de aardbodem, die door de HEERE vervloekt is.” Het is ook opvallend dat de hoop op een vervulling van Genesis 3:15 niet alleen de komst van een Koning is, maar dat het de komst van een Koning is Die de dood en de vloek ongedaan zal maken. Hoe dat precies in zijn werk zal gaan is op dit moment nog onduidelijk. Maar er is iets dat ik je wil laten zien, zelfs zo vroeg in het verhaal: Het goede nieuws dat verkondigd wordt in Genesis is niet alleen de komst van de Koning. Het goede nieuws is dat de komst van die Koning redding zal betekenen. Het zal een einde aan de vloek betekenen en een ommekeer van de dood en de scheiding van God die het gevolg was van de zonde. Dat is wat de Koning doet.

In de daaropvolgende hoofdstukken van Genesis focust de Genesis 3:15-belofte van een komende Koning zich op één man, Abraham, en het volk dat uit hem zal voortkomen. 

Het goede nieuws is dat de komst van die Koning redding zal betekenen. Het zal een einde aan de vloek betekenen en een ommekeer van de dood en de scheiding van God die het gevolg was van de zonde. Dat is wat de Koning doet.

Dit brengt ons bij het tweede deel.

De Koning in Israël
In Genesis 12 wordt het duidelijk dat de belofte door Abraham heen vervuld zal worden. Uit hem zal het Nageslacht (hetzelfde woord als in Genesis 3:15) voortkomen, het Nageslacht dat zegen zal brengen in plaats van de vloek. Maar de vervulling van Genesis 3:15, het beloofde nageslacht, is niet Abraham zelf, noch Izaäk, noch Jakob. Integendeel, in de rest van Genesis wordt het er niet beter op. Zou het dan Ruben zijn? Nope, slaapt met de bijvrouw van zijn vader. Simeon? Levi? Nee. Zij waren betrokken bij dat vervelende gebeuren in Sichem, weet je nog? Juda dan? Nee, heeft een ongelukkig incident met Tamar. Maar dan, Jozef! Hij is de beloofde Koning!

Maar dan lezen we in Genesis 49:10: De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Hij komt aan Wie het toebehoort! Dat is even schrikken, het blijkt toch Juda te zijn. En de belofte van Genesis 3:15 hangt nog steeds in de lucht, aantrekkelijk maar onvervuld.

Door de rest van de Pentateuch blijft God Zijn volk beloven dat de Koning zal komen. In Numeri 24 lezen we zelfs van de heidense profeet Bileam die naar de toekomst wijst en zegt: “Ik zal hem zien, maar niet nu; ik zal hem aanschouwen, maar niet van nabij. Er zal een ster uit Jakob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen… Uit Jakob zal hij heersen.” Zonder enige moeite te hoeven doen, hoor je de echo uit Genesis. 

Maar toch, de belofte is nog ver weg. Aan het einde van Richteren horen we het onheilspellende refrein temidden van chaos en slechtheid: “In die dagen was er geen koning in Israël.”

In de boeken van Samuël lezen we hoe er uiteindelijk een koning opstaat. Op het eerste oog lijkt het verhaal van 1 en 2 Samuël de geschiedenis te vertellen over hoe Israël een koning kreeg. Maar in en onder deze kroniek ligt een diepere betekenis. Het is het verhaal van God, Die uitlegt waar Koningschap in Israël om draait. In David zien we de rol en de verantwoordelijkheid van de Koning al iets meer gestalte krijgen.

Wat zijn deze verantwoordelijkheden? Met name vertegenwoordiging en lijden. Naarmate het verhaal vordert wordt het duidelijk dat dit is wat de koning doet. Hij vertegenwoordigt het volk in zichzelf en hij lijdt. Laten we even bij beide zaken stilstaan.

Ten eerste vertegenwoordigen. Dat is niet een heel ingewikkeld concept. Van koningen wordt vaak gezegd dat ze de identiteit van hun land vertegenwoordigen. Dit is een belangrijk onderdeel van het Israëlitische koningschap, en dit zien we dan ook op meerdere plaatsen terug. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de zinsnede: “Zoon van God.” Wij weten dat dit naar Jezus verwijst als de tweede persoon in de Drie-eenheid, de Zoon van God. Maar het is ook een bekende titel voor de Koning van Israël. 

  • “Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn” (2 Samuël 7:14).
  • “De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon” (Psalm 2:7).
  • God zegt over de koning: “Híj zal tot Mij roepen: U bent mijn Vader, mijn God en de rots van mijn heil. Ja, Ík zal hem tot een eerstgeboren zoon maken, tot de allerhoogste van de koningen van de aarde” (Psalm 89:26).

Nu vraag jij je misschien af waarom dat ‘zoonschap’ nu zo belangrijk is om de rol van Israëls koning als vertegenwoordiger te begrijpen. Nou, neem maar eens een kijkje in Exodus 4:22-23: “Dan moet u tegen de farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Mijn Zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël. Daarom zeg Ik tegen u: Laat Mijn zoon gaan, zodat hij Mij kan dienen.” Zie je dat? De koning was de ‘zoon’ en de ‘eerstgeborene’ van God, omdat Israël de ‘zoon’ en de ‘eerstgeborene’ van God was. De identiteit van Israël werd als het ware op de koning geplakt. In hem was het volk één. Hij vertegenwoordigde het volk.

Die vertegenwoordiging betekende ook dat alles wat de koning deed, als belangrijk werd beschouwt door het volk. Wat de koning ook deed, het volk deed dat ook. Maar de gevolgen van zijn daden waren ook voor hen. Bijvoorbeeld 1 Kronieken 21:3, 7. Joab smeekt David om geen volkstelling te houden. Hij vraagt hem: “Waarom wil mijn heer dit? Waarom zou hij Israël tot schuld worden?” Maar het woord van de koning was te sterk voor Joab… “En deze zaak was slecht in de ogen van God, daarom trof Hij Israël.” Zie je wat hier is gebeurd? De koning handelde, de koning zondigde en het volk moet de consequenties ervan ondervinden. Zie ook Psalm 89:

Maar Ú hebt hem verstoten en verworpen,
U bent verbolgen geworden op Uw gezalfde.
U hebt het verbond met Uw dienaar tenietgedaan,
U hebt zijn diadeem ontheiligd en op de aarde geworpen.

U hebt een bres geslagen in al zijn muren,
U hebt zijn vestingen in puin gelegd.
Alle voorbijgangers op de weg hebben hem beroofd;
zijn buren is hij tot smaad geworden.

U hebt de rechterhand van zijn tegenstander verheven,
U hebt al zijn vijanden verblijd.
Ja, U hebt de scherpte van zijn zwaard gekeerd,
U hebt hem in de strijd geen stand doen houden. 

Wat de koning overkomt, overkomt het volk. Wat het volk overkomt, overkomt de koning. Die twee zijn onafscheidelijk aan elkaar verbonden. Hij vertegenwoordigt het volk; hij is hun plaatsvervanger.

Davids leven leert ons dat naast vertegenwoordiging ook lijden een belangrijk onderdeel is van koningschap. Koning zijn betekent lijden. In het verhaal van David zie je dat heel duidelijk; Davids leven gaat niet over rozen, zijn leven is vol lijden. Hij leeft in de woestijn, hij wordt gevangengenomen; zelfs als hij op de troon zit is het niet altijd even makkelijk. Zijn regeringsperiode is getekend door een familievete, een burgeroorlog en de gevolgen van zonde. God had dit van tevoren zelfs al beloofd, in de verbondssluiting met David. “Als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen” (1 Samuël 7:14). Lees de psalmen en je zult zien hoe David het uitroept in angst en pijn. Soms voor zichzelf en soms (in het bijzonder in boek 2) als de stem van het hele volk. Psalm 89, op het einde van boek 3, laat niets anders zien dan schaamte en wanhoop voor de koning en dus voor het volk zelf. 

Laten we even terugblikken. Zie je hoe het beeld van koningschap zich ontwikkelt? In de Hof moest Adam rechtvaardig handelen en heersen over de schepping door op de juiste manier God te vertegenwoordigen. Koning Adam faalde maar een nieuwe Adam werd beloofd. Die belofte wordt verder uitgewerkt in een verbond met David, koning van Israël, die leert dat de aard van het koningschap bestaat uit het vertegenwoordigen van het volk en uit lijden. 

Het is alleen nog steeds niet duidelijk hoe dit alles gaat leiden tot redding. Tot nu toe hebben we allemaal losse lijntjes met elk hun eigen betekenis. De koning is een vertegenwoordiger en de koning zal lijden. Maar wat hebben die twee met elkaar te maken?

Natuurlijk begreep Israël het idee van plaatsvervangend lijden. Het één lijdt voor het ander, het één sterft zodat het andere dat niet hoeft. Dat is het hele idee van de offerdienst. Alleen viel dat onder de taakomschrijving van de priesters, niet onder die van de koning. Het was voor de koning zelfs verboden om de taken van de priester te vervullen. Toen koning Uzziah stierf had God hem getroffen met melaatsheid en stierf hij buiten de stad in een dorpje met melaatsen. Dat is één van de dieptepunten in de lijn van Davids koningshuis. 

Dus, hoe zit het met al die losse stukjes betekenis van koningschap in Israël? Wat betekenen ze? Wat gebeurt er als je ze samenvoegt? Dit wordt duidelijker wanneer de profeten iets meer gaan openbaren van Gods plan en Zijn doel. 

De Koning in de profeten
Tegen het einde van Davids leven werd duidelijk dat hij niet de vervulling van Genesis 3:15 was. Hij was een gemankeerd beeld van de beloofde Koning, maar hij was niet degene aan wie de scepter toebehoort. Uiteindelijk kwam Davids familie tegen hem in opstand en probeerde zijn zoon Adonia zich de troon toe te eigenen terwijl zijn stervende vader in bed werd warm gehouden door een mooie vrouw. En dat is nou niet echt een krachtig beeld.

Daarna werd het nooit echt beter. Salomo’s regering was een tijd lang glorieus maar stortte in door zijn zonde. Zijn zoon Rehabeam was een regelrechte ramp, met als ultieme resultaat de splitsing van Israël in twee koninkrijken. Uiteindelijk werd het noordelijke koninkrijk door Assyrië binnengevallen en weggevoerd in ballingschap, om nooit meer iets van terug te horen, en het zuidelijke koninkrijk werd tweemaal door Babylon binnengevallen. 

Toch stuurde God, door dit alles heen, een hele reeks profeten. Zij moesten Israël oproepen tot bekering en wijzen op de toekomst. Zo bevestigde God nogmaals Zijn belofte van Genesis 3:15. Door de eeuwen heen hebben al deze profeten de verschillende lijntjes van koningschap, eenheid, vertegenwoordiging en lijden opgepakt en deze in elkaar gewoven. En hiermee creëren ze een adembenemend beeld van een Koning die zijn volk zou vertegenwoordigen door voor hen te lijden en ze zo te redden. 

Kijk, ten eerste, maar eens naar Jesaja. Het eerste gedeelte van zijn profetie kunnen we ook wel “het boek van de Koning” noemen. Daarin bevestigd God opnieuw, zelfs na Uzzia’s vreselijke dood, de inmiddels opgestapelde beloften van Genesis 3, Numeri 24, 2 Samuël 7 en Psalm 2. Het tweede deel zouden we “het boek van de Lijdende Knecht” kunnen noemen. Daarin lezen we dat de Lijdende Knecht van de Heere in de plaats van Zijn volk zal lijden als offer voor hun zonden. Dit wordt vooral duidelijk in Jesaja 53. Het meest opzienbarende is alleen dat je, wanneer je Jesaja leest, je realiseert dat de langverwachte Koning en deze Lijdende Knecht één en dezelfde persoon zijn. Zie je hoe die twee lijnen bij elkaar komen? Nu beginnen we te zien hoe het vertegenwoordigende karakter van de Koning en zijn lijden bij elkaar komen. Genesis 3:15 zou vervuld worden door een Koning die niet alleen zou lijden, maar door een Koning die zou lijden als vertegenwoordiger van zijn volk. Voor hen, in hun plaats.

Ten tweede kijken we naar Zacharia. Hij legt zijn focus op zowel koning als priester, twee aparte ambten. Sinds de zondeval in de hof van Eden zijn die twee altijd gescheiden geweest. De koning regeert terwijl de priester de offers brengt. Dus als Zacharia langskomt, verrast hij niemand als hij vertelt dat God Zijn volk gaat redden door de twee ambten van priester en koning. Vervolgens lezen we in hoofdstuk 3 een visioen over de toenmalige hogepriester Jozua en in hoofdstuk 4 over de leider Zerubbabel.

Maar dan gebeurt er iets verbazingwekkends. “Het woord van de HEERE kwam tot mij: Neem van de ballingen…die uit Babel gekomen zijn. Neem zilver en goud en maak kronen, en zet die op het hoofd van de hogepriester Jozua” (Zacharia 6:9-11).

Hier doemen meteen twee problemen op. Ten eerste moeten ze kronen, meervoud, maken. Maar dan wordt er gezegd dat ze die kroon, enkelvoud, op iemands hoofd moeten zetten. Welk hoofd dan? Niet die van Zerubbabel, het hoofd van de provincie, maar op het hoofd van de hogepriester, Jozua. Dit is schokkend, zelfs zo erg dat er mensen zijn geweest die stelden dat Zacharia de verkeerde naam noemde en dat eigenlijk Zerubbabel gekroond moest worden. Maar dat is nu precies het hele punt! Dit laat juist zien dat, op een dag, koningschap en priesterschap zullen samensmelten. Twee kronen worden één kroon. Israël zal niet voor altijd zowel een priester hebben die verzoening doet door middel van de offerdienst als een koning hebben die heerst, vertegenwoordigt en lijdt. Opnieuw zou een enkele, verenigde, Priester-Koning het volk vertegenwoordigen en Zichzelf als een Offer voor hen aanbieden. 

De tweede helft van het boek Zacharia werkt dit verder uit. Het vertelt hoe het volk hun Koning afwijst, Hem doorboren, Hem doden en hoe redding zal voortkomen uit Zijn dood. Waarom gebeurt dit? Waarom moet de Koning zo erg lijden voor zijn volk? Omdat dat is wat de Koning doet. In liefde neemt Hij de plaats in van Zijn volk zodat Hij de toorn, die op het volk had moeten neerkomen, kan dragen. 

Twee kronen worden één kroon. Israël zal niet voor altijd zowel een priester hebben die verzoening doet door middel van de offerdienst als een koning hebben die heerst, vertegenwoordigt en lijdt. Opnieuw zou een enkele, verenigde, Priester-Koning het volk vertegenwoordigen en Zichzelf als een Offer voor hen aanbieden. 

De Koning in Zijn schoonheid
Dit alles komt natuurlijk tot zijn ultieme doel en vervulling als de engel tegen Maria zegt: “En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen” (Lucas 1:31-33).

Alle Evangeliën schreeuwen “Dit is de Koning!” Maar nu begrijpen we dat, en Jezus begreep ook dat, wanneer je de Koning bent, je ook de Lijdende Knecht bent die zou moeten sterven. 

Ik denk dat één van de meest buitengewone en aangrijpende momenten in de hele Bijbel de doop van Jezus is. Weet je nog wat de stem uit de hemel zei? “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!” Die zin zit zo boordevol betekenis en helpt ons om te zien hoe dit alles tot vervulling komt in Jezus. 

We kunnen in deze zin drie dingen over Jezus leren:

Ten eerste, “Mijn geliefde Zoon.” Dit is de aankondiging van God de Vader dat Jezus Zijn geliefde Zoon is. Degene Die, zoals de apostel Johannes dat zegt, “Gods eniggeboren Zoon” is. Degene Die bij God was en Die God is vanaf de eeuwigheid. 

Ten tweede zegt God met dezelfde zinsnede dat Jezus de langverwachte Messias, de Koning van Israël is. Eerst noemde God Israël “Mijn Zoon,” toen Hij het volk uit Egypte geleid had. Maar later kreeg de Koning deze titel, de vertegenwoordiger van het hele volk tegenover God. En nu ontvangt Jezus die titel; Hij neemt het ambt van Koning en Vertegenwoordiger op Zich. 

Tot slot, “Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!” Dit lijkt op zich een uitspraak die voor zichzelf spreekt, maar het wijst ook naar een andere rol die Jezus ook op Zich neemt. Deze woorden slaan namelijk terug op Jesaja 42:1, waar God zegt: “Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft.” “Mijn Knecht”, dezelfde Knecht die bespot en afgewezen zou worden door mensen, Die zou lijden in plaats van Zijn volk. Hier was de Lijdende Knecht.

Met Zijn doop en met deze woorden uit de hemel neemt Jezus deze rollen, ambten, op Zich. De rollen die God al vanaf het eerste begin wilde vervullen door Christus. Je zou kunnen zeggen dat Jezus hier drie kronen op Zich neemt; de hemelse kroon als Gods Zoon, de kroon van Israël als de langverwachte Koning en de doornenkroon als de Lijdende Knecht Die Zijn volk zou redden door in hun plaats te sterven. Daarom was het ook niet gek voor Hem om gedoopt te worden met een stel zondaren; niet omdat Hij een zondaar was, maar omdat Hij het ambt op Zich nam om hen te vertegenwoordigen – hun Koning, ja, hun Overwinnaar.

Weet je wat daarna gebeurt? Het is geweldig! Meteen nadat Hij deze ambten op Zich heeft genomen staat Hij op, pakt Zijn zwaard en gaat richting de woestijn om het op te nemen tegen de dodelijke tegenstander van Zijn volk. De tegenstander die Zijn koninklijke hiel zou vermorzelen, maar wiens kop door Hem vermorzeld zou worden.

Al die koninklijke beelden rond het kruis. De purperen mantel, de doornenkroon, het bordje boven Zijn hoofd. Jezus stierf als Koning, niet alleen als Priester. Ja, de komende Koning zou een koninkrijk inluiden, maar Hij zou ook de zonden van Zijn volk dragen en hen daardoor bekwaam maken om bij Hem in dat Koninkrijk te wonen. Zie je het? Jezus is niet zomaar een Koning, Hij is de lijdende Koning. Hij is niet zomaar Koning Jezus de Grote, Hij is Koning Jezus de Gekruisigde en Koning Jezus de Opgestane.

Drie afsluitende opmerkingen
Allereerst hoop ik dat je nu ziet waarom een Evangelie dat alleen om koningschap draait, onvoldoende is. Het is onvoldoende omdat het geen recht doet aan de verantwoordelijkheid van Israëls koning. Koning zijn betekent dat je het volk moet vertegenwoordigen en in hun plaats moet lijden. Dat is wat Jezus doet. Hoe dan ook, predik Jezus als Koning. Verkondig Zijn macht en autoriteit. Spreek over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, het Koninkrijk van de gerechtigheid dat Hij vestigt. 

Maar onthoud dat het goede nieuws niet de komst van de Koning – punt. – is. Het is de komst van de Koning die zou lijden, sterven, opstaan en redden.

Ten tweede hoop ik dat je nu ziet waarom het Kruis het middelpunt van het Evangelie is; dat je begrijpt waarom Paulus naar zijn boodschap verwijst als “het woord van het kruis”; dat je snapt waarom het meest duidelijke getuigenis van Jezus’ koningschap in de Evangeliën, een bordje is dat boven Zijn hoofd hangt terwijl Hij sterft aan het kruis. Dit is wat het koningschap betekent, namelijk lijden, sterven, opstaan en redden. Ik vind het gek om te zien hoe christenen zo vaak moeite hebben met de kwestie “het kruis en het Koninkrijk”. Soms lijkt het alsof we ze als twee verschillende verhalen behandelen en we niet begrijpen hoe het kruis in het verhaal van het Koninkrijk past. Waar het dan op neerkomt is dat we een scheiding maken tussen het kruis en het Koninkrijk. Het gevolg is dat iedereen een kant kiest, ofwel die van het kruis ofwel die van het Koninkrijk, en we wantrouwig naar elkaar glimlachen. 

Maar die scheiding is niet de boodschap van de Bijbel. Het kruis en het Koninkrijk zijn juist onafscheidelijk met elkaar verbonden. De enige weg naar het Koninkrijk is door het kruis. 

Zo moeten we het zien! De enige manier om ingelijfd te kunnen worden in dat Koninkrijk, om de zegeningen van dat Koninkrijk te kunnen ontvangen, is door het bloed van de Koning. 

Broeders, laat me jullie aansporen. Als je preekt of een hoofdstuk schrijft over het goede nieuws van het Koninkrijk, maar het kruis negeert, dan heb je het goede nieuws helemaal niet gepredikt. Het enige dat je hebt gedaan is mensen een prachtig Koninkrijk voorhouden waar ze geen onderdeel van kunnen worden omdat ze zondaren zijn. Jezus en de apostelen predikten niet alleen de komst van het Koninkrijk, ze predikten over het Koninkrijk en de manier waarop mensen binnen konden komen.

De enige manier om ingelijfd te kunnen worden in dat Koninkrijk, om de zegeningen van dat Koninkrijk te kunnen ontvangen, is door het bloed van de Koning. 

Preek met alles dat je hebt over het Koninkrijk! Preek over de overwinning van Jezus over het kwaad. Schrijf over zijn aanstaande heerschappij. Maar doe niet alsof die dingen, van zichzelf, het goede nieuws zijn. Dat zijn ze namelijk niet. Het feit dat Jezus op een ultiem rechtvaardige manier over deze wereld gaat regeren is geen goed nieuws voor mij. Het is verschrikkelijk nieuws, omdat ik absoluut niet rechtvaardig ben! Ik ben één van de vijanden die Hij gaat vermorzelen! Dat Koninkrijk is alleen goed nieuws, als mij verteld wordt dat die Koning ook een Redder is Die zonden vergeeft en zondaren rechtvaardig maakt. En dat doet Hij, door Zijn sterven aan het kruis, waarmee Hij de dood heeft overwonnen, en door Zijn opstanding tot het eeuwige leven. 

Tot slot hoop ik dat je een nieuwe impuls hebt ontvangen in je hart om je te verheugen in de Lijdende, Stervende en Opgestane Koning, en om Hem te aanbidden. 

Kroon Hem met vele kronen,
Het Lam op de troon:
Hoor hoe het hemelse loflied alles verdrijft
behalve Zijn eigen muziek
Ontwaak! Mijn ziel en zing
van Hem, Die voor u stierf.
Aanbid Hem als uw weergaloze Koning
tot in alle eeuwigheid.

Bron: 9Marks