Wekelijks Woord door Paul Tripp


Wanneer de pijn te pijnlijk is


Heb je ooit iets in het leven meegemaakt dat zo pijnlijk was dat je eigenlijk wilde stoppen om nooit meer te beginnen? Heb je je ooit zo verpletterd gevoeld dat je je, in ieder geval op dat moment, niet zou kunnen voorstellen om ooit weer op te staan?

Voor mij was het het fysieke trauma dat gepaard ging met schade aan mijn nier. 

Ik zal het nooit echt aan je kunnen uitleggen. Dit was pijn waarvan ik niet wist dat het bestond. Mijn lichaam kreeg krampen en de pijn richtte zich op het gebied rond mijn lies, waar het voelde alsof iemand me had gestoken met een mes. 

De wrede krampen kwamen elke twee tot drie minuten. De pijn was zo ondraaglijk dat geforceerd geschreeuw uit mij kwam, zesendertig uur lang. 

Terwijl ik schreeuwde, begreep ik niet waarom niemand in het ziekenhuis iets aan mijn pijn kon doen. Mijn zoon Ethan legde het aan me uit: ‘’Pap, ze maken zich nu geen zorgen over je pijn; ze maken zich zorgen over het redden van je leven. Als je stabiel bent geven ze je iets voor de pijn.’’

Na een bijzonder vreselijke en langer-dan-gebruikelijke kramp, keek ik in tranen naar Luella en vertelde haar dat ik wilde sterven. 

Misschien zul je geen acuut fysiek lijden zoals het mijne ervaren, maar in een gevallen wereld zul je onvermijdelijk een vorm van fysieke, emotionele of relationele pijn tegenkomen. 

De verslechtering van je gezondheid. Plotseling en zonder verklaring je baan verliezen. De dood van een geliefde. In de steek gelaten of verraden door iemand van wie je dacht dat je die kon vertrouwen. De ineenstorting van een levenslange droom. 

Dus wat doe je als de pijn zo diep is dat je aan niets anders kunt denken dan pijn?

Voor mij, tussen het geschreeuw door dat de krampen veroorzaakten, waren de enige woorden die ik kon verzamelen: ‘’God, help mij! God, help mij! God, help mij!’’

Waarom was dat eenvoudige, bijna cliché, gebed zo nodig en troostend? Omdat Degene tot wie ik huilde niet ver weg was; Hij was dichtbij. 

De centrale leugen van Satan tegen alle lijdende kinderen van God komt in de vorm van deze vraag: ‘’Waar is je God nu?’’ De leugen die in deze vraag is ingebed is dat ons lijden een duidelijk bewijs is dat we door God zijn verlaten. 

Ondertussen presenteerde de Bijbel ons deze belofte uit Jozua 1:5 (en talloze andere passages) – “Ik zal u niet verlaten of in de steek laten.”

Ik zal eerlijk zijn. Lijden versloeg me. Er waren momenten dat de pijn te veel was. Maar in alle emotionele en geestelijke ups en downs, op de goede dagen en de slechte dagen, of ik nou vocht of bezweek, één ding was zeker.

Mijn Heer was bij mij, en Hij is er voor jou, en er is geen externe strijd of interne oorlog die Hem ooit zal verdrijven. En Zijn aanwezigheid garandeert dat je in je lijden alles hebt wat nodig is. 

Dus als de pijn te pijnlijk is, met zoveel dingen om je zorgen over te maken, hoef je je geestelijke en emotionele energie niet te verspillen aan de angst dat je door je hemelse Vader verlaten zal worden. 

Hij is in jou, Hij is met jou, Hij is voor jou en Hij zal nooit weggaan.

 

Gods zegen,

Paul David Tripp

 


Verwerkingsvragen

1. Heb je ooit een moment in je leven meegemaakt waarbij de pijn te pijnlijk was? Wat specifiek maakte je lijden zo overweldigend? 

2. Als je zoiets nog niet hebt ervaren, wie ken jij die een moment als dit meemaakt of recent heeft meegemaakt? 

3. Wat zijn enkele andere leugens die Satan wil dat je gelooft over jezelf, God, en leven in een gevallen wereld?

4. Wat zijn enkele andere Bijbelverzen die de leugens van Satan weerleggen en ons bemoedigen in de momenten wanneer het leven onduidelijk is?

 

Overdenking overgenomen van Paultripp.com en vertaald door Godgericht.nl.